83. Tankvervoer is een makkie! (...?...)

04-02-2013 10:08 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Bij tijd en wijle beland ik in, of begin ik zelf, de discussie over wat nu eigenlijk, vanuit chauffeursoogpunt, het makkelijkste of moeilijkste transportwerk is wat er bestaat. Daar heeft iedere trucker natuurlijk een ander idee over en er andere ervaringen in dan de 'tegenstander'. Grappig om te horen en te zien is dat de een het altijd extremer probeert te hebben dan de ander. Zie hier even een lijstje, bijeengeraapt tijdens diverse meegeluisterde gesprekken tussen vele chauffeurs A en chauffeurs B (A en B).
A: "Ik heb gisteren 15 uur gewerkt."
B: "Ik had laatst een dag van 18 uur!"
A: "Ik reed laatst 800 kilometer op één dag."
B: "Ik mos in één dag naar Micheldorf in Oostenrijk. Da's 1000 km!"
A: "Vorige week had ik een stadsritje; slechts 35 kilometer."
B: "Ik deed een dagje Waalhaven; 30 kilometer."
A: "Bij Chemie Nederland bv heb ik van 8 uur tot 12 uur gestaan."
B: "Ik ook, maar wel tot 12 uur s nachts!"
A: "Blablablablabla..."
B: "Ik blablablablabla meer dan jij..."
Enzovoorts, en zo verder. Of men elkaar zijn eigen ellende niet gunt. Het moet in de overtreffende, dan wel overtroevende trap. Doel van dit verbale steekspel is natuurlijk om te achterhalen wie de zwaarste baan heeft. Uit eigen langdurige en wisselende ervaring mag ik u verklappen dat iedere vorm van transport zijn makkelijke en moeilijke, zijn leuke en minder leuke kanten kent.
Het vervoer van hangend, lopend of terugpratend vlees moet altijd sneller dan eigenlijk toegestaan, maar plankgas opgelopen bekeuringen worden door de betreffende werkgevers nogal eens als bedrijfsrisico ingecalculeerd, en derhalve voor de chauffeurs door voornoemde bazen betaald. Zeecontainertransport staat bekend om de lange wachttijden bij het op- en afzetten op de terminals, maar laden of lossen bij een klant mag de chauffeur zelf niet doen. Die tijd wordt vaak op bed doorgebracht.
Autotransport lijkt makkelijk: u rijdt de lading op uw vrachtauto. Maar vind in en onder de sneeuw op die gigantisch grote parking de door u te vervoeren autos maar eens tussen de honderden andere heilige koeien. En wat als die autos in de zomer dagenlang in de zon hebben staan opwarmen? Waarom, denkt u, hebben in de zomer maar weinig autotransporteurs een korte broek aan? Auw! Maar ja: sjouwen is er niet bij.
Ook over het tanktransport, het vervoer van vloeistoffen in tankopleggers en tankcontainers, bestaat het idee dat het heel makkelijk is. "Hup, slang eraan en lossen/laden maar", is de generale opvatting. Laat mij u, middels en tengevolge van het bijeenschrapen, beluisteren, op één hoop gooien van en samenvoegen van verhalen en, soms bittere, ervaringen uit de droom helpen.
Ik werk met tankcontainers, kortweg tc's, of in enkelvoud tc geheten. Deze hebben op tankopleggers het grote voordeel dat ze vanaf de vrachtauto overgezet kunnen worden op boot of trein. Het voordeel ligt hier vooral bij de werkgever; zijn voordeel is mijn nadeel.
Ten eerste zijn er geen ritten naar het buitenland meer, en ten tweede mag ik het verrekte ding inleveren op een containerterminal waar wachttijden, soms lang, soms kort, maar altijd: wachttijden mijn ongewenste deel zijn.
Als de tc tenminste niet al bij de poort geweigerd is omdat er iets simpels als een etiket of een deksel of afsluitdop ontbreekt. Ik heb het hier over het eerste eindpunt (na het afzetten ben ik er vanaf) van de ooit door mij opgepikte tc. Hiervoor kan er nog veel meer mis - gaan of zijn.

Zo moet een tank voor belading meestal schoon, droog en reukloos bij een klant worden aangeboden. En, als het effe kan, met goed werkende kleppen, ventielen en niet - lekkende pakkingen. Condens in een tank is altijd reden tot afkeuring en dus niet laden, het liefst na twee uur wachten op je (laad-) beurt. Het door mij in diverse ideeënbussen gedropte plan om de controle of keuring al bij de ingaande poort te doen en zo onnodige wachttijd en teleurstelling (...) te voorkomen is door nog geen enkel bedrijf gehonoreerd of in daden omgezet.
Ook mag een tank niet te warm of te koud zijn. Zie weer het stukje hiervoor over de tijdige controle. Soms gaat het ook grappig mis. Ooit opende ik, onder het toeziend oog van een beladingsoperator het mangatdeksel aan de bovenzijde van de tank, en tot ons beider schrik zagen wij hoe de pakking, die ter afdichting in de binnenrand van het deksel zit, los kwam en op de bodem van de tank landde.
Hetzelfde overkwam mij later met een van de knevels waarmee het deksel stevig dichtgeschroefd dient te worden. Met een metalig 'KLONG!!' eindigde zijn korte en snelle reis van de top naar de bodem. Hou bij het inspecteren van de binnenkant van een tank altijd uw veiligheidshelm vast; anders ligt 'ie ook zo beneden.
Emmers, ingewaaide koffiebekers, zaklampen: u kunt het zo gek niet noemen of het heeft onderin een tankcontainer of tankoplegger gelegen. Weet u hoeveel tijd het kost om een van voornoemde voorwerpen weer uit zo'n gigantisch groot en hol vat te krijgen? Nee? Ik wel. Altijd te lang.

Met plakbandbolletjes aan touwen, houten stokken werkend als chinees bestek, magneten en schepnetjes kom je een heel eind. En dan is uiteindelijk alles goed, de tank is zoals'ie moet zijn, de vloeibare lading zit erin , de etiketten zijn geplakt, de papieren getekend, en dan siept er uit de uitloop een klein, dun maar zeer gemeen straaltje van datgene wat in de tank zit en daar ook hoort te blijven. Of de van buiten niet zichtbare bodemklep is niet dicht, of de wel zichtbare vlinderklep sluit niet af: op zon moment is het gewoon crisis.
Weer op zoek naar een oorzaak en een oplossing. Die oplossing komt er altijd wel, maar het kost zoveel tijd en achteraf begint altijd het Zwartenpieten wiens schuld het nu eigenlijk is.
Van al deze extras heeft een dozenbezorger geen last. Houen zo, zou ik zeggen...
Marcel Heinsbroek
A: "Ik heb gisteren 15 uur gewerkt."
B: "Ik had laatst een dag van 18 uur!"
A: "Ik reed laatst 800 kilometer op één dag."
B: "Ik mos in één dag naar Micheldorf in Oostenrijk. Da's 1000 km!"
A: "Vorige week had ik een stadsritje; slechts 35 kilometer."
B: "Ik deed een dagje Waalhaven; 30 kilometer."
A: "Bij Chemie Nederland bv heb ik van 8 uur tot 12 uur gestaan."
B: "Ik ook, maar wel tot 12 uur s nachts!"
A: "Blablablablabla..."
B: "Ik blablablablabla meer dan jij..."
Enzovoorts, en zo verder. Of men elkaar zijn eigen ellende niet gunt. Het moet in de overtreffende, dan wel overtroevende trap. Doel van dit verbale steekspel is natuurlijk om te achterhalen wie de zwaarste baan heeft. Uit eigen langdurige en wisselende ervaring mag ik u verklappen dat iedere vorm van transport zijn makkelijke en moeilijke, zijn leuke en minder leuke kanten kent.
Het vervoer van hangend, lopend of terugpratend vlees moet altijd sneller dan eigenlijk toegestaan, maar plankgas opgelopen bekeuringen worden door de betreffende werkgevers nogal eens als bedrijfsrisico ingecalculeerd, en derhalve voor de chauffeurs door voornoemde bazen betaald. Zeecontainertransport staat bekend om de lange wachttijden bij het op- en afzetten op de terminals, maar laden of lossen bij een klant mag de chauffeur zelf niet doen. Die tijd wordt vaak op bed doorgebracht.
Autotransport lijkt makkelijk: u rijdt de lading op uw vrachtauto. Maar vind in en onder de sneeuw op die gigantisch grote parking de door u te vervoeren autos maar eens tussen de honderden andere heilige koeien. En wat als die autos in de zomer dagenlang in de zon hebben staan opwarmen? Waarom, denkt u, hebben in de zomer maar weinig autotransporteurs een korte broek aan? Auw! Maar ja: sjouwen is er niet bij.
Ook over het tanktransport, het vervoer van vloeistoffen in tankopleggers en tankcontainers, bestaat het idee dat het heel makkelijk is. "Hup, slang eraan en lossen/laden maar", is de generale opvatting. Laat mij u, middels en tengevolge van het bijeenschrapen, beluisteren, op één hoop gooien van en samenvoegen van verhalen en, soms bittere, ervaringen uit de droom helpen.
Ik werk met tankcontainers, kortweg tc's, of in enkelvoud tc geheten. Deze hebben op tankopleggers het grote voordeel dat ze vanaf de vrachtauto overgezet kunnen worden op boot of trein. Het voordeel ligt hier vooral bij de werkgever; zijn voordeel is mijn nadeel.
Ten eerste zijn er geen ritten naar het buitenland meer, en ten tweede mag ik het verrekte ding inleveren op een containerterminal waar wachttijden, soms lang, soms kort, maar altijd: wachttijden mijn ongewenste deel zijn.
Als de tc tenminste niet al bij de poort geweigerd is omdat er iets simpels als een etiket of een deksel of afsluitdop ontbreekt. Ik heb het hier over het eerste eindpunt (na het afzetten ben ik er vanaf) van de ooit door mij opgepikte tc. Hiervoor kan er nog veel meer mis - gaan of zijn.

Zo moet een tank voor belading meestal schoon, droog en reukloos bij een klant worden aangeboden. En, als het effe kan, met goed werkende kleppen, ventielen en niet - lekkende pakkingen. Condens in een tank is altijd reden tot afkeuring en dus niet laden, het liefst na twee uur wachten op je (laad-) beurt. Het door mij in diverse ideeënbussen gedropte plan om de controle of keuring al bij de ingaande poort te doen en zo onnodige wachttijd en teleurstelling (...) te voorkomen is door nog geen enkel bedrijf gehonoreerd of in daden omgezet.
Ook mag een tank niet te warm of te koud zijn. Zie weer het stukje hiervoor over de tijdige controle. Soms gaat het ook grappig mis. Ooit opende ik, onder het toeziend oog van een beladingsoperator het mangatdeksel aan de bovenzijde van de tank, en tot ons beider schrik zagen wij hoe de pakking, die ter afdichting in de binnenrand van het deksel zit, los kwam en op de bodem van de tank landde.
Hetzelfde overkwam mij later met een van de knevels waarmee het deksel stevig dichtgeschroefd dient te worden. Met een metalig 'KLONG!!' eindigde zijn korte en snelle reis van de top naar de bodem. Hou bij het inspecteren van de binnenkant van een tank altijd uw veiligheidshelm vast; anders ligt 'ie ook zo beneden.
Emmers, ingewaaide koffiebekers, zaklampen: u kunt het zo gek niet noemen of het heeft onderin een tankcontainer of tankoplegger gelegen. Weet u hoeveel tijd het kost om een van voornoemde voorwerpen weer uit zo'n gigantisch groot en hol vat te krijgen? Nee? Ik wel. Altijd te lang.

Met plakbandbolletjes aan touwen, houten stokken werkend als chinees bestek, magneten en schepnetjes kom je een heel eind. En dan is uiteindelijk alles goed, de tank is zoals'ie moet zijn, de vloeibare lading zit erin , de etiketten zijn geplakt, de papieren getekend, en dan siept er uit de uitloop een klein, dun maar zeer gemeen straaltje van datgene wat in de tank zit en daar ook hoort te blijven. Of de van buiten niet zichtbare bodemklep is niet dicht, of de wel zichtbare vlinderklep sluit niet af: op zon moment is het gewoon crisis.
Weer op zoek naar een oorzaak en een oplossing. Die oplossing komt er altijd wel, maar het kost zoveel tijd en achteraf begint altijd het Zwartenpieten wiens schuld het nu eigenlijk is.
Van al deze extras heeft een dozenbezorger geen last. Houen zo, zou ik zeggen...
Marcel Heinsbroek
