84. Lopende band

15-02-2013 10:25 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Door de directie van Just In Time transport, kortweg JIT geheten, een bedrijf dat nu allang niet meer bestaat, werd ik gevraagd voor het rijden van een nachtrit voor afvalvervoerder en -verwerker BFI uit Delft, en inderdaad: de naam BFI bestaat ook niet meer.
Voor wat betreft het verdwijnen van (namen van) bedrijven verwijs ik u graag naar mijn allereerste column: Even voorstellen: Marcel Heinsbroek.
Het werk hield het volgende in. Met een motorwagen met aanhanger twee afzetbakken gevuld met houtsnippers vanuit Delft naar een energiecentrale in Nijmegen brengen, deze volle bakken daar op de grond zetten, dan twee lege bakken mee terugnemen naar Delft en daar bij de BFI weer omruilen voor twee volle, en dan nog een keer hetzelfde ritje, alleen was de bestemming dan niet Nijmegen, dit in verband met mogelijke geluidsoverlast voor de buren van het energiebedrijf, maar een heel donkere parkeerplaats in Andelst, een plaats ruim 20 kilometer voor de eigenlijke afleverplek. Op deze parking stonden dan weer vele lege bakken klaar voor transport naar Delft.

In theorie een makkie, maar de praktijk bleek heel wat lastiger te zijn. De voornaamste oorzaak hiervan: de auto, een DAF, en dan vooral de technische staat ervan. Laat ik eens proberen, en dat proberen slaat op mijn eigen technische onkunde, u uit te leggen hoe deze truck hoorde te werken.
Zoals gezegd betrof het hier afzetbakken. Deze bakken werden met behulp van een op de vrachtauto gemonteerde draaiende ketting, een beetje á la een lopende band, met daaraan een soort haak, op de rug van de auto getrokken. Die ketting, á la een lopende band, werd aangedreven via de PTO, een aftakking viaviaviavia van de motor en dit werkte alleen maar als de versnellingbak in zijn 'Vrij' stond en de motor draaide, en na het omzetten van een schakelaar op het dashbord, waarbij er dan ook achter de cabine een paar extra werklampen gingen branden om al die oplichterij illuminair te verfraaien en zichtbaar te maken.*
Aangezien de aanhanger een dergelijk op- en afzetsysteem niet had, diende een afzetbak eerst op de motorwagen gehesen te worden en dan overgezet op de aanhangwagen. Vlug een bak op het trekkende voertuig en dan hup, aankoppelen van camion et remorque en voilá: het spul kon op toer. In theorie.
Helaas was het eerste voertuig waarmee mijn collega R. K. overdag, en ik 's nachts dit werk moesten doen in een dermate slechte staat, dat twee dagen achter elkaar rijden zonder problemen wel een unicum genoemd mocht worden. Even een paar van de probleempjes: afgebroken wielbouten en niet werkende autoverlichting. Werklampen die niet via de schakelaar van de PTO werkten maar aangesloten waren op de achteruit rij lichten, waardoor ze op het gewilde moment, bij het in het donker op- of afzetten welteverstaan, niet werkten, zodat het aardig pielen was om dat karwei goed en vooral veilig te verrichten.

Maakte een gat in de vangmuilkoppeling het aankoppelen van de aanhanger al tot een hachelijke onderneming (achter het gat zaten de lucht- en elektrische aansluitingen); de verbinding tussen motorwagen en aanhanger, normaal een driehoekige constructie die triangel genoemd werd, kon beter aangeduid worden met de term 'banaan', zo krom was het ding, en daardoor was aankoppelen eigenlijk alleen te doen met hulp van een van de vele andere chauffeurs die tegelijkertijd deze route reden. De lijst Techniek: Kwalen en Falen was eindeloos.
Voeg daarbij nog even mijn dagcollega R.K. Van beroep alcoholist met als bijbaan chauffeur. Vaak belde hij mij 's nachts op en vertelde dan wat er die dag allemaal weer misgegaan was: "Ik reed heel voorzichtig achteruit en ineens zat er een gat.." of "Ik moest even steken met de aanhanger en ging héél kort de bocht om. En toen hoorde ik TONK!"
Zo te horen deed hij dat praten onder zijn genot , niet de mijne! van een biertje, zeg maar aan de lopende band, want gedurende het gesprek werd hij allengs zatter, waar te nemen aan het steedddz oh ohhnnn duidededelukker prwaten.
Uiteindelijk werden de technische problemen opgelost door de aanschaf van een andere auto, een vier assige MAN, maar eigenlijk was het kwaad toen al geschied. Door eerst de mechanische en later de alco eh, personele problemen deden 'we' maar 6 tot 10 ritten per week in plaats van de beoogde 20(!) en zo kwam er een einde aan het economische huwelijk tussen de firma's Just In Time en de BFI.
Marcel Heinsbroek
*Ik probeer te zeggen: " het werk in het zonnetje te zetten " maar ja, kom daar maar eens om: 'zon', 's nachts op een stikdonkere parking.
Voor wat betreft het verdwijnen van (namen van) bedrijven verwijs ik u graag naar mijn allereerste column: Even voorstellen: Marcel Heinsbroek.
Het werk hield het volgende in. Met een motorwagen met aanhanger twee afzetbakken gevuld met houtsnippers vanuit Delft naar een energiecentrale in Nijmegen brengen, deze volle bakken daar op de grond zetten, dan twee lege bakken mee terugnemen naar Delft en daar bij de BFI weer omruilen voor twee volle, en dan nog een keer hetzelfde ritje, alleen was de bestemming dan niet Nijmegen, dit in verband met mogelijke geluidsoverlast voor de buren van het energiebedrijf, maar een heel donkere parkeerplaats in Andelst, een plaats ruim 20 kilometer voor de eigenlijke afleverplek. Op deze parking stonden dan weer vele lege bakken klaar voor transport naar Delft.

In theorie een makkie, maar de praktijk bleek heel wat lastiger te zijn. De voornaamste oorzaak hiervan: de auto, een DAF, en dan vooral de technische staat ervan. Laat ik eens proberen, en dat proberen slaat op mijn eigen technische onkunde, u uit te leggen hoe deze truck hoorde te werken.
Zoals gezegd betrof het hier afzetbakken. Deze bakken werden met behulp van een op de vrachtauto gemonteerde draaiende ketting, een beetje á la een lopende band, met daaraan een soort haak, op de rug van de auto getrokken. Die ketting, á la een lopende band, werd aangedreven via de PTO, een aftakking viaviaviavia van de motor en dit werkte alleen maar als de versnellingbak in zijn 'Vrij' stond en de motor draaide, en na het omzetten van een schakelaar op het dashbord, waarbij er dan ook achter de cabine een paar extra werklampen gingen branden om al die oplichterij illuminair te verfraaien en zichtbaar te maken.*
Aangezien de aanhanger een dergelijk op- en afzetsysteem niet had, diende een afzetbak eerst op de motorwagen gehesen te worden en dan overgezet op de aanhangwagen. Vlug een bak op het trekkende voertuig en dan hup, aankoppelen van camion et remorque en voilá: het spul kon op toer. In theorie.
Helaas was het eerste voertuig waarmee mijn collega R. K. overdag, en ik 's nachts dit werk moesten doen in een dermate slechte staat, dat twee dagen achter elkaar rijden zonder problemen wel een unicum genoemd mocht worden. Even een paar van de probleempjes: afgebroken wielbouten en niet werkende autoverlichting. Werklampen die niet via de schakelaar van de PTO werkten maar aangesloten waren op de achteruit rij lichten, waardoor ze op het gewilde moment, bij het in het donker op- of afzetten welteverstaan, niet werkten, zodat het aardig pielen was om dat karwei goed en vooral veilig te verrichten.

Maakte een gat in de vangmuilkoppeling het aankoppelen van de aanhanger al tot een hachelijke onderneming (achter het gat zaten de lucht- en elektrische aansluitingen); de verbinding tussen motorwagen en aanhanger, normaal een driehoekige constructie die triangel genoemd werd, kon beter aangeduid worden met de term 'banaan', zo krom was het ding, en daardoor was aankoppelen eigenlijk alleen te doen met hulp van een van de vele andere chauffeurs die tegelijkertijd deze route reden. De lijst Techniek: Kwalen en Falen was eindeloos.
Voeg daarbij nog even mijn dagcollega R.K. Van beroep alcoholist met als bijbaan chauffeur. Vaak belde hij mij 's nachts op en vertelde dan wat er die dag allemaal weer misgegaan was: "Ik reed heel voorzichtig achteruit en ineens zat er een gat.." of "Ik moest even steken met de aanhanger en ging héél kort de bocht om. En toen hoorde ik TONK!"
Zo te horen deed hij dat praten onder zijn genot , niet de mijne! van een biertje, zeg maar aan de lopende band, want gedurende het gesprek werd hij allengs zatter, waar te nemen aan het steedddz oh ohhnnn duidededelukker prwaten.
Uiteindelijk werden de technische problemen opgelost door de aanschaf van een andere auto, een vier assige MAN, maar eigenlijk was het kwaad toen al geschied. Door eerst de mechanische en later de alco eh, personele problemen deden 'we' maar 6 tot 10 ritten per week in plaats van de beoogde 20(!) en zo kwam er een einde aan het economische huwelijk tussen de firma's Just In Time en de BFI.
Marcel Heinsbroek
*Ik probeer te zeggen: " het werk in het zonnetje te zetten " maar ja, kom daar maar eens om: 'zon', 's nachts op een stikdonkere parking.
