Clicky


85. Van de zonnige kant

85. Van de zonnige kant
01-03-2013 09:39 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Een dag in februari, het jaar 2013. Bij het chemiereusje N.. in B.. wacht ik op de dingen die komen gaan. Niet veel, zo te zien. Nu ik, na lang wachten, eindelijk aan de beurt ben, en met mijn vrachtauto op de laadplaats sta, de laadpijp hangt zelfs al in de tankcontainer, maakt een computerstoring een eind aan alle ideeën en plannen waar het woord 'snel' in voorkomt.

Eigenlijk zal het me paardenworst wezen. Voor mij tellen in het hele tankvervoer maar twee dingen: ik moet op tijd bij de klant staan en mijn tankcontainer of tankoplegger moet door die klant goedgekeurd zijn. Vervolgens merk ik het wel: wat er gebeurt, hoe het gebeurt en of het eigenlijk wel gebeurt. Tijdsduur is voor mij niet zo van belang.

Zo ook op deze dag, hier te B.. De operator heeft zich gemeld met de mededeling: "Dat gaat minstens anderhalf uur duren", waarna hij gezwind weer terugfietst naar de probleemhaard. Ik besluit deze ernstige vertraging maar van de zonnige kant te bezien. Dat is niet zo moeilijk, want het is stralend weer. Nederland heeft net weer zo'n periode achter de rug waarin de rayonhoofden alweer bij elkaar gestoken werden, iets wat ze 's zomers ook al doen als Geppetto met zijn tingelinge – ijscokar voorbijrijdt, maar vandaag schijnt de zon. Ik besluit de wachttijd door te brengen op een stenen muurtje naast de auto. Ik kleed mij speciaal aan voor die gelegenheid.

Let op, van beneden naar boven: thermo ondergoed, spijkerbroek, t-shirt met lange mouwen, dikke trui, geitenwollen sokken, winddichte werkschoenen, gevoerde jas, wollen muts, zelf gekochte en daardoor warme werkhandschoenen, veiligheidshelm, 'ski' -veiligheidsbril die rondom afsluit en tenslotte oorbeschermers van het model Dikke Koptelefoon waar zelfs mijn oren helemaal vorstvrij in passen.

De zon schijnt dan wel, het is zelfs windstil, maar ondertussen is het kwik niet hoger gestegen dan één hele graad boven nul, en dat is niet bepaald een hittegolf. Ik zal geen factor 20 nodig hebben. Mocht de zon toch een plekje huid vinden om te bruinen, dan zal ik er uitzien als een stout jongetje dat net uit de chocopasta-pot heeft gesnoept ("Ik heb het echt niet gedaan!"): een bruine ring rond de mond., want dat is het enige wat er van mijn gezicht nog zichtbaar is.

Al met al is het, zo ingepakt, buiten best uit te houden. Twee merels hebben de lente in hun gevederde bol. De een springt op de rug van de ander, waarschijnlijk om het uitzicht te bewonderen. De bedrijfsterreinpoes kijkt, lui knipogend en liggend in de zon, van een voor de minnekozende vogels veilige afstand toe. Vlak voor mijn voeten is onder de geasfalteerde weg een grassprietje op zoek gegaan naar wat zonlicht en dit groene leven is thans duidelijk zichtbaar op de kale grijze vlakte. Ik trek er met krijt een kringetje om, als volstrekt zinloze bescherming tegen alles wat dit eenzame stukje weide zou kunnen overkomen.

Van al die natuur om mij heen, en de warmte, en het vredige gezoem en gesuis van de fabrieksbuizen, zak ik zachtjes in een soort trance. Eigenlijk moet ik zeggen: val ik in slaap, maar slapen bij of in de auto, op het terrein van een chemische fabriek mag niet dus zit menig chauffeur tijdens het laden, lossen of wachten in zijn of haar cabine te 'mediteren'.

En net op het moment dat ik Alles Begin Te Snappen, ik één word met de Natuur en De Industriële Omgeving; Ik Voel Mij Helemaal Zen, of de betovering wordt met een klap op mijn schouder en een onder mijn Dikke Koptelefoonschelp geroepen "We gaan beginnen!" verbroken. Zou je zo iemand niet?


Gelukkig kan ik, later die dag, dat korte meditatieve momentje nog een beetje terughalen. Zo blijft mijn vak, zelfs als ik niet aan het rijden ben, toch heel mooi.

Marcel Heinsbroek