87. (Z)onder spanning

01-04-2013 10:31 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Waarschuwing vooraf: dit verhaal wordt zo vaag dat het minder geschikt is voor kinderen en andere luyden met tere zieltjes.
Het is echt al heel lang geleden dat mij tijdens diverse avondwandelingen iets eigenaardigs opviel. Wanneer ik door een straat liep, die rijkelijk verlicht werd door straatlantarens, ging er altijd wel zo'n grote lamp uit net op het moment dat ik er langs liep. Als dat één keertje gebeurt is dat grappig, als dat meerdere keren voorkomt wordt het opvallend en als het, zoals bij mij, heel vaak plaatsvindt is het spooky.
In de eerste paar jaren dat ik dit verschijnsel, beter gezegd: het gebrek aan schijnsel, opmerkte, bleven de lantaarns ook gelijk uit, maar later kwam het steeds vaker voor dat een lamp doofde, om, nadat ik vijftig meter verder was, weer aan te floepen.
Het meest vreemde wat ik op dit gebied meemaakte was op de autosnelweg A12, waar ik jarenlang 's avonds in het beginnende donker overheen reed. Tussen Gouda en Woerden, daar waar de wegverlichting in het midden staat, begon, als ik er langsreed, over een lengte van bijna vijf kilometer de wegverlichting te knipperen. Tot ik er voorbij was: dan brandde het weer zoals het hoorde. De volgende ochtend, als ik weer terugreed over diezelfde A 12, gebeurde dat weer, maar dan tussen De Meern en Driebruggen. Ik heb er zelfs een keer Rijkswaterstaat over gebeld, maar daar beweerde men van niets te weten.
Vaag, hè?
Het gaat een beetje in golven: soms weken achter elkaar heel veel stervende lampen, dan weer dagen niks. En bleef het nou maar bij uit en aan knipperende lampen... Mocht u over het voorafgaande denken: "Wat een flauwekul!", dan kan ik mij dat goed voorstellen. U kunt het niet controleren. Het hierna volgende is echter allemaal waar gebeurd, het meeste zelfs op een vrijdag nog niet zo lang geleden. En: u kunt het bij de genoemde bedrijven navragen.
Die vrijdagmorgen start ik in Rozenburg mijn vrachtauto. Eerst maar even tanken. Dat kan op de zaak, dus even de tankcomputer vullen met gegevens en vervolgens de tank vullen met diesel. Helaas, het eerste vullen lukt wel, het tweede vullen niet. Na drie keer proberen geef ik het op. Dan maar naar de Shell fabriek. Niet om te tanken, maar daar staat, ergens op een parkeerplaats midden op het immense terrein, een tankcontainer op een chassis, en deze combi moet ik aankoppelen en vervolgens de container bij een terminal afzetten.
Voor deze klus hoef ik mij niet te melden bij de PERNisse EXpeditiebalie (Pernex) maar kan ik met een speciale toegangspas zo het terrein op. Even de pas tegen een paslezer aanhouden en de slagboom gaat open, zou je zeggen, maar vandaag dus niet. Gedoe met een tijdelijke toegangspas is het gevolg, en het verzoek van de beveiliging om een nieuwe pas te regelen.
Na het aankoppelen rap naar de CTT terminal waar deze container afgezet moet worden. Helaas: een kleine, net ontstane stroomstoring heeft de computer platgelegd. Met antieke hulpmiddelen als pen en papier wordt de aankomst van de container toch nog administratief verwerkt, zodat ik, met weinig vertraging, alsnog kan gaan afzetten.
Ondertussen heeft het satelliet communicatiesysteem ('De Box') wat mijn planner gebruikt om mij te voorzien van laad-, los-, opzet-, afzet- en andere gegevens, de geest gegeven. Mobiel bellen gaat gelukkig nog wel, zodat ik al snel het volgende werk op krijg. Opzetten bij de ECT. Dat gaat zowaar redelijk snel.
Met amper drie kwartier heb ik papieren en een container. Nog even door de Inspectiesluis en controlepoort en dan... jammerrr. Vier pogingen en nog eens drie kwartier later mag ik met een HANDGESCHREVEN briefje, voorzien van een bedrijfsstempel en Douanegoedkeuring, zijnde ook een stempel, het terrein af.
Vlug naar APM, op de Maasvlakte. Met een toegangsnummer, de TAR-code, makkelijk de eerste poort door en dan, ook net als altijd, met dezelfde code stranden in de tweede poort, de Inspectiesluis. De helpdesk begint al met: "O. Jij weer. Met een tankje, zeker?"
Na meer dan 20 minuten proberen geven ze het op: "Zet 'm daar en daar maar af. We zoeken het later wel uit." Dat ik niet met één poging het terrein afkom wekt bij mij geen verbazing meer. Terug het ECT terrein op, maar nu opzetten bij het daar gevestigde RST (Noord of Zuid: who cares?). De baliemedewerker wijst mij op een groot schip dat net majestueus voorbij komt gedreven. "Daar staat jouw container op. Wil je er wel of niet op wachten?"
"Doe maar niet", zeg ik, "maar zet wel mijn pas vrij, anders kom ik het terrein niet af." Ik zie de goede man de nodige handelingen verrichten om mijn pas van die gegevens te voorzien waardoor ik zowat zonder stoppen het terrein af kan. Welgemoed vertrek ik richting uitgaande poort waar ik... Inderdaad. De Beveiliging: "Ha! Meneer Heinsbroek? We doen de poort weer voor u open!"
Weet u dat ik heel blij ben dat ik niet met een elektrische vrachtauto rij?
Marcel Heinsbroek
(Lieve redactie. Zoals jullie zien deze keer mijn verhaal maar eens per ouderwetse post in plaats van e-mail. Om de een of andere reden gaf mijn computer de geest. Net als de postzegelautomaat hier om de hoek. Willen jullie aub de strafport betalen? En willen jullie ook, nadat je het verhaal hebt ingescand, dit laatste stukje, 'tussen haakjes', weglaten? Bij voorbaat dank. Groetjes, Marcel.)
Noot van de redactie: Nadat wij dit verhaal hadden ingescand bleek het, door een technische storing, niet mogelijk om bepaalde stukken tekst te verwijderen, en gelooft u ons: we hebben het echt geprobeerd!
Het is echt al heel lang geleden dat mij tijdens diverse avondwandelingen iets eigenaardigs opviel. Wanneer ik door een straat liep, die rijkelijk verlicht werd door straatlantarens, ging er altijd wel zo'n grote lamp uit net op het moment dat ik er langs liep. Als dat één keertje gebeurt is dat grappig, als dat meerdere keren voorkomt wordt het opvallend en als het, zoals bij mij, heel vaak plaatsvindt is het spooky.
In de eerste paar jaren dat ik dit verschijnsel, beter gezegd: het gebrek aan schijnsel, opmerkte, bleven de lantaarns ook gelijk uit, maar later kwam het steeds vaker voor dat een lamp doofde, om, nadat ik vijftig meter verder was, weer aan te floepen.
Het meest vreemde wat ik op dit gebied meemaakte was op de autosnelweg A12, waar ik jarenlang 's avonds in het beginnende donker overheen reed. Tussen Gouda en Woerden, daar waar de wegverlichting in het midden staat, begon, als ik er langsreed, over een lengte van bijna vijf kilometer de wegverlichting te knipperen. Tot ik er voorbij was: dan brandde het weer zoals het hoorde. De volgende ochtend, als ik weer terugreed over diezelfde A 12, gebeurde dat weer, maar dan tussen De Meern en Driebruggen. Ik heb er zelfs een keer Rijkswaterstaat over gebeld, maar daar beweerde men van niets te weten.
Vaag, hè?
Het gaat een beetje in golven: soms weken achter elkaar heel veel stervende lampen, dan weer dagen niks. En bleef het nou maar bij uit en aan knipperende lampen... Mocht u over het voorafgaande denken: "Wat een flauwekul!", dan kan ik mij dat goed voorstellen. U kunt het niet controleren. Het hierna volgende is echter allemaal waar gebeurd, het meeste zelfs op een vrijdag nog niet zo lang geleden. En: u kunt het bij de genoemde bedrijven navragen.
Die vrijdagmorgen start ik in Rozenburg mijn vrachtauto. Eerst maar even tanken. Dat kan op de zaak, dus even de tankcomputer vullen met gegevens en vervolgens de tank vullen met diesel. Helaas, het eerste vullen lukt wel, het tweede vullen niet. Na drie keer proberen geef ik het op. Dan maar naar de Shell fabriek. Niet om te tanken, maar daar staat, ergens op een parkeerplaats midden op het immense terrein, een tankcontainer op een chassis, en deze combi moet ik aankoppelen en vervolgens de container bij een terminal afzetten.
Voor deze klus hoef ik mij niet te melden bij de PERNisse EXpeditiebalie (Pernex) maar kan ik met een speciale toegangspas zo het terrein op. Even de pas tegen een paslezer aanhouden en de slagboom gaat open, zou je zeggen, maar vandaag dus niet. Gedoe met een tijdelijke toegangspas is het gevolg, en het verzoek van de beveiliging om een nieuwe pas te regelen.
Na het aankoppelen rap naar de CTT terminal waar deze container afgezet moet worden. Helaas: een kleine, net ontstane stroomstoring heeft de computer platgelegd. Met antieke hulpmiddelen als pen en papier wordt de aankomst van de container toch nog administratief verwerkt, zodat ik, met weinig vertraging, alsnog kan gaan afzetten.
Ondertussen heeft het satelliet communicatiesysteem ('De Box') wat mijn planner gebruikt om mij te voorzien van laad-, los-, opzet-, afzet- en andere gegevens, de geest gegeven. Mobiel bellen gaat gelukkig nog wel, zodat ik al snel het volgende werk op krijg. Opzetten bij de ECT. Dat gaat zowaar redelijk snel.
Met amper drie kwartier heb ik papieren en een container. Nog even door de Inspectiesluis en controlepoort en dan... jammerrr. Vier pogingen en nog eens drie kwartier later mag ik met een HANDGESCHREVEN briefje, voorzien van een bedrijfsstempel en Douanegoedkeuring, zijnde ook een stempel, het terrein af.
Vlug naar APM, op de Maasvlakte. Met een toegangsnummer, de TAR-code, makkelijk de eerste poort door en dan, ook net als altijd, met dezelfde code stranden in de tweede poort, de Inspectiesluis. De helpdesk begint al met: "O. Jij weer. Met een tankje, zeker?"
Na meer dan 20 minuten proberen geven ze het op: "Zet 'm daar en daar maar af. We zoeken het later wel uit." Dat ik niet met één poging het terrein afkom wekt bij mij geen verbazing meer. Terug het ECT terrein op, maar nu opzetten bij het daar gevestigde RST (Noord of Zuid: who cares?). De baliemedewerker wijst mij op een groot schip dat net majestueus voorbij komt gedreven. "Daar staat jouw container op. Wil je er wel of niet op wachten?"
"Doe maar niet", zeg ik, "maar zet wel mijn pas vrij, anders kom ik het terrein niet af." Ik zie de goede man de nodige handelingen verrichten om mijn pas van die gegevens te voorzien waardoor ik zowat zonder stoppen het terrein af kan. Welgemoed vertrek ik richting uitgaande poort waar ik... Inderdaad. De Beveiliging: "Ha! Meneer Heinsbroek? We doen de poort weer voor u open!"
Weet u dat ik heel blij ben dat ik niet met een elektrische vrachtauto rij?
Marcel Heinsbroek
(Lieve redactie. Zoals jullie zien deze keer mijn verhaal maar eens per ouderwetse post in plaats van e-mail. Om de een of andere reden gaf mijn computer de geest. Net als de postzegelautomaat hier om de hoek. Willen jullie aub de strafport betalen? En willen jullie ook, nadat je het verhaal hebt ingescand, dit laatste stukje, 'tussen haakjes', weglaten? Bij voorbaat dank. Groetjes, Marcel.)
Noot van de redactie: Nadat wij dit verhaal hadden ingescand bleek het, door een technische storing, niet mogelijk om bepaalde stukken tekst te verwijderen, en gelooft u ons: we hebben het echt geprobeerd!
