88. Tunnelvisie

15-04-2013 10:28 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Ons land ligt vol met tunnels. Steekt u maar een spade in de grond en na enige meters graven is het raak. Mollen, konijnen en muizen doen verwoede pogingen om ons land nog dieper te maken dan de naam al aangeeft.
En denkt u ook eens aan alle riolering, gasbuizen en bedradingstunnels voor elektriciteit, telefoon, kabeltelevisie en internet. Waarmee ook weer bewezen is dat draadloos internet helemaal niet bestaat. Het hoort allemaal bij de infrastructuur van ons land en onze maatschappij.
Net als autosnelwegen. Net als rivieren en kanalen, ook wel vaarwegen genoemd. En over die autosnelwegen en vaarwegen wil ik het graag eens met u hebben. Eigenlijk meer over iedere weg die een waterstroom, groot of klein, breed of smal, kruist.
Via de Tunnel des Tijds dalen wij af naar de Eeuwige Jachtvelden, in de aardse periode dat Neanderthalers nog dachten, voor zover zij dat deden, dat zij Eeuwig op mammoeten konden Jagen. Vandaag de dag blijft menigeen hangen in het Eeuwig na een Jachtig leven. Sorry, ik wijk een béétje af. De Neanderthalers: die kruisten ons pad. Wanneer zo'n oertijdjager met zijn buit op zijn nek, bijvoorbeeld een vers gestenigde mammoet, door onze voorouders vaak liefkozend Mammi genoemd, getuige de gevonden grottekeningen, bij een watertje kwam dat overgestoken moest worden, deed hij het volgende. Hij smeet het dier in het water, blies via de slurf zoveel lucht in het lijk dat het beest bijna op knappen stond, hield de slurf nog even dicht, klom op de drijvende Mammi en liet dan de slurf los, waarna het geheel als een vlot met straalaandrijving naar de overkant suisde.

We slaan wat eeuwen over en arriveren in wat tegenwoordiger tijden. De nazaten van de voorouders vonden dat het oversteken van sloten en rivieren best wat eenvoudiger en sneller kon en moest. Omdat men al beschikte over bootjes die heen en weer voeren tussen de oevers, besloot men daar de oplossing in te zoeken. Een paar van die bootjes werden in de stroomrichting naast elkaar gelegd, tot ze strak van rivierkant tot rivierkant lagen, vervolgens wat lange planken over de breedte en daarmee was de eerste brug uitgevonden. Jammer alleen dat het hele spul uit elkaar moest als er iemand, varend over het water, door wilde. Dat kostte dan ook weer een hoop tijd en ergernis.
Voor de uitvinding van de tunnel hoefde men alleen maar te kijken naar de mol, dé tunnelgraver bij uitstek. Zon beestje begint te graven en komt altijd goed uit. Van A naar B(escherming) naar E(ten) naar H(olletje). Maar wij willen, via een tunnel van de ene kant van het water, of de berg, naar de andere kant van het water, of de berg. Tip aan alle tunnelbouwers: graaf slechts één kant op. Begin niet aan twee kanten naar elkaar toe te graven, want 1 millimeter fout aan het begin is elkaar missen halverwege het traject. Vraag maar aan enkele franse tunnelbouwers.
Bij het graven van een tunnel van Frankrijk naar Italië miste men elkaar op enkele meters, en de Italianen kregen daarvan de schuld. Van hetzelfde laken een pak bij het boren van de tunnel Frankrijk - Zwitserland v.v., maar dit afschuiven kon men niet meer doen na een mislukte poging gootjegraven van Frankrijk naar Frankrijk. "Petit malheureusement", zoals ze dan zeggen: beetje jammer.
Tegenwoordig stelt het maken van een tunnel niets meer voor. Men neme: één stuks te ondergraven water, één stuks zak geld, veel te veel tijd en 1 stuks grondboor, van het formaat Gigantisch Groot, liefst gedoopt met een naam als 'Deborah' (Hubertustunnel, bij Wassenaar, vernoemd naar Gravin Huberta De-Boora: echt waar!).
Ingeval van meerdere boormachinerii gebruikt men andere, minder romantische namen, zoals Boor 1 en Boor 2. Na de bouw dienen dan nog een klein probleempje opgelost te worden zoals: "Hoe maken we de afwikkeling van het verkeer voor en achter een tunnel zo onhandig mogelijk?" Want nu kom ik, aan het staartje van dit verhaal, tot de kern: waarom is het, zeker in de spits, altijd zon verkeerstechnische bende bij een tunnel? Heel simpel: omdat het verkeer niet voor de tunnel al in de goede richting gestuurd wordt, dienen wij weggebruikers dit zelf na de tunnel op te lossen. Hahahahaha! Niet dus.
Een klein voorbeeld: de Beneluxtunnel. Van noord, Schiedam, naar zuid, Europoort (west) en Barendrecht (oost). Vrachtverkeer dat achter de tunnel naar het oosten wil, mag niet door buis B, terwijl dat veel praktischer zou zijn. Nu moeten truckers maar hopen dat ze er tussen gelaten worden door automobilisten die, voor de richting Europoort, veel beter koker A zouden nemen, ware het niet dat daar juist al dat langzame(re) vrachtverkeer rijdt. Gevolg: gezoek, geschuif, gepruts en stilstand. Al is dat maar één van de redenen van de files aldaar. Of bij andere tunnels.

Toch rijd ik liever door een tunnel dan over een brug. Een brug staat nog wel eens open, en een tunnel nooit. Tenzij er een onderzeeër langs moet, natuurlijk.
En denkt u ook eens aan alle riolering, gasbuizen en bedradingstunnels voor elektriciteit, telefoon, kabeltelevisie en internet. Waarmee ook weer bewezen is dat draadloos internet helemaal niet bestaat. Het hoort allemaal bij de infrastructuur van ons land en onze maatschappij.
Net als autosnelwegen. Net als rivieren en kanalen, ook wel vaarwegen genoemd. En over die autosnelwegen en vaarwegen wil ik het graag eens met u hebben. Eigenlijk meer over iedere weg die een waterstroom, groot of klein, breed of smal, kruist.
Via de Tunnel des Tijds dalen wij af naar de Eeuwige Jachtvelden, in de aardse periode dat Neanderthalers nog dachten, voor zover zij dat deden, dat zij Eeuwig op mammoeten konden Jagen. Vandaag de dag blijft menigeen hangen in het Eeuwig na een Jachtig leven. Sorry, ik wijk een béétje af. De Neanderthalers: die kruisten ons pad. Wanneer zo'n oertijdjager met zijn buit op zijn nek, bijvoorbeeld een vers gestenigde mammoet, door onze voorouders vaak liefkozend Mammi genoemd, getuige de gevonden grottekeningen, bij een watertje kwam dat overgestoken moest worden, deed hij het volgende. Hij smeet het dier in het water, blies via de slurf zoveel lucht in het lijk dat het beest bijna op knappen stond, hield de slurf nog even dicht, klom op de drijvende Mammi en liet dan de slurf los, waarna het geheel als een vlot met straalaandrijving naar de overkant suisde.

We slaan wat eeuwen over en arriveren in wat tegenwoordiger tijden. De nazaten van de voorouders vonden dat het oversteken van sloten en rivieren best wat eenvoudiger en sneller kon en moest. Omdat men al beschikte over bootjes die heen en weer voeren tussen de oevers, besloot men daar de oplossing in te zoeken. Een paar van die bootjes werden in de stroomrichting naast elkaar gelegd, tot ze strak van rivierkant tot rivierkant lagen, vervolgens wat lange planken over de breedte en daarmee was de eerste brug uitgevonden. Jammer alleen dat het hele spul uit elkaar moest als er iemand, varend over het water, door wilde. Dat kostte dan ook weer een hoop tijd en ergernis.
Voor de uitvinding van de tunnel hoefde men alleen maar te kijken naar de mol, dé tunnelgraver bij uitstek. Zon beestje begint te graven en komt altijd goed uit. Van A naar B(escherming) naar E(ten) naar H(olletje). Maar wij willen, via een tunnel van de ene kant van het water, of de berg, naar de andere kant van het water, of de berg. Tip aan alle tunnelbouwers: graaf slechts één kant op. Begin niet aan twee kanten naar elkaar toe te graven, want 1 millimeter fout aan het begin is elkaar missen halverwege het traject. Vraag maar aan enkele franse tunnelbouwers.
Bij het graven van een tunnel van Frankrijk naar Italië miste men elkaar op enkele meters, en de Italianen kregen daarvan de schuld. Van hetzelfde laken een pak bij het boren van de tunnel Frankrijk - Zwitserland v.v., maar dit afschuiven kon men niet meer doen na een mislukte poging gootjegraven van Frankrijk naar Frankrijk. "Petit malheureusement", zoals ze dan zeggen: beetje jammer.
Tegenwoordig stelt het maken van een tunnel niets meer voor. Men neme: één stuks te ondergraven water, één stuks zak geld, veel te veel tijd en 1 stuks grondboor, van het formaat Gigantisch Groot, liefst gedoopt met een naam als 'Deborah' (Hubertustunnel, bij Wassenaar, vernoemd naar Gravin Huberta De-Boora: echt waar!).
Ingeval van meerdere boormachinerii gebruikt men andere, minder romantische namen, zoals Boor 1 en Boor 2. Na de bouw dienen dan nog een klein probleempje opgelost te worden zoals: "Hoe maken we de afwikkeling van het verkeer voor en achter een tunnel zo onhandig mogelijk?" Want nu kom ik, aan het staartje van dit verhaal, tot de kern: waarom is het, zeker in de spits, altijd zon verkeerstechnische bende bij een tunnel? Heel simpel: omdat het verkeer niet voor de tunnel al in de goede richting gestuurd wordt, dienen wij weggebruikers dit zelf na de tunnel op te lossen. Hahahahaha! Niet dus.
Een klein voorbeeld: de Beneluxtunnel. Van noord, Schiedam, naar zuid, Europoort (west) en Barendrecht (oost). Vrachtverkeer dat achter de tunnel naar het oosten wil, mag niet door buis B, terwijl dat veel praktischer zou zijn. Nu moeten truckers maar hopen dat ze er tussen gelaten worden door automobilisten die, voor de richting Europoort, veel beter koker A zouden nemen, ware het niet dat daar juist al dat langzame(re) vrachtverkeer rijdt. Gevolg: gezoek, geschuif, gepruts en stilstand. Al is dat maar één van de redenen van de files aldaar. Of bij andere tunnels.

Toch rijd ik liever door een tunnel dan over een brug. Een brug staat nog wel eens open, en een tunnel nooit. Tenzij er een onderzeeër langs moet, natuurlijk.
