89. Klusje van niks

02-05-2013 12:12 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Het wordt een leuke dag, maar een klusje van niks. Met chassis A naar Bergen op Zoom, even een container over laten zetten, en dan met een leeg chassis, B, weer terug. Een en ander heeft te maken met het keuren voor de APK en het ADR, maar dat is voor mij niet zo van belang. Gewoon, een makkie.
Bij de trailerverhuur word ik al verwacht. "Chauffeur, je bestelde chassis met nummer 37 staat in rij 99. Ga maar aankoppelen." Ik rij en koppel bij genoemde rij... niet aan, want er staat geen chassis 37. Ook op de rijen 98 en 100 ontwaar ik het door mij zo gewilde opleggertje niet. Dan maar terug naar het bedrijfskantoor.
De terreinbaas kijkt mij aan met een blik van 'weer zo'n sukkel' en stuurt mij terug het immense terrein op met de mededeling: "Hij moet er echt staan. Kijk maar goed", alsof ik dat al niet eerder gedaan heb. Ook een tweede rondje over de trailerparkeerplaats en een kijkje in alle hoeken en gaten levert niets op. Weer terug naar het hokje vooraan bij de ingang.
Mopperend pakt de terreinbaas de terminaltrekker om zelf dan maar even het gevraagde op te halen, maar na tien minuten vruchteloos zoeken komt ook hij zonder chassis terug. Het bedrijf is gelijk in rep en roer, want waar is dan dat vermaledijde ding?
Mappen vol met afhaal- en afleverbonnen komen op tafel, en ook de computer wordt aangeslingerd. Enig zoekwerk eindigt met vindwerk. Een van mijn collega's moest gisteravond een chassis ophalen , een niet vooraf besproken karweitje, en in de veronderstelling dat deze collega juist voor het wel bestelde kwam Vul het zelf maar aan. Ik krijg uiteindelijk een ander chassis, nummer 51, mee. Ik schrijf dit binnen vijf minuten op, maar in de praktijk duurde dit alles vijf kwartier. De dag is dan niet echt vers meer.
Met een windkracht 8 en windstoten van tegen de 10 op naar Bergen op Zoom. Daar koppel ik chassis (ch.) nummer (nr.) 51 af op een miniparking recht tegenover de firma (fa.) VDB. Vanaf hier begint dan een soort van circusact waarbij ik in een vlot tempo heen en weer rij tussen de fa. VDB, de fa. Harsfabriek en de kleine parkeerplaats. Het eindresultaat is dat de tankcontainer die eerst op ch. nr. 62 stond, nu op ch. nr. 51 staat en terug is bij de rechtmatige gebruiker van de rijdende opslag, te weten de fa. Harsfabriek. Rest mij slechts om naar het losstaande ch. nr. 62 te rijden, deze aan te haken en dan gezwind naar Rotterdam te vertrekken.
Gedurende bovenstaande stadscross ben ik natuurlijk diverse malen in- en uitgestapt. De stormwind heeft al vele keren bijna een draaideur van het portier gemaakt. Het is dus zaak en veiliger om iedere keer dat ik naast de auto sta de cabinedeur goed te sluiten. Zo ook wanneer ik na het aankoppelen van ch. nr. 62 de windvrije warme cabine uitstap om de slangen en snoeren, de lucht- en elektrische verbindingen tussen trekker en oplegger, aan te brengen. Door de weersomstandigheden gedwongen ben ik daar deze keer heel rap mee. Gauw terug de auto in. Ik pak de handgreep van de deur, en doe de deur open. Niet. Nog eens proberen, en nog eens. Hoe ik ook aan de grendel trek: er gebeurt niets. De deur blijft dicht. Het andere portier hoef ik niet eens te proberen; dat zit altijd op slot.

Even ver terug, naar onze kinder-60er-jaren. U en ik leren fietsen. In het begin zwierend en zwaaiend, vervolgens alleen nog maar wiebelend, maar wel met de knuistjes stevig aan het stuur. Later, als we wat meer zelfvertrouwen hebben gekregen, leren we onszelf handsfree fietsen: "Kijk, met zonder handen!"
Terug in het donderdag 18 april 2013se heden. Daar sta ik dan. Door mijn eigen truckie buitengesloten. Met zonder jas, met zonder autosleutel, met zonder telefoon, met zonder goed humeur, en, heel belangrijk, met zonder enige notie hoe ik dit praktisch ('praktisch' als in: ik peuter zelf de deur open) oplos. Er blijft maar één mogelijkheid open: de zaak bellen.
Daar neemt men de toestand laconiek op. Er volgen wat vragen zoals: "Waar zijn de reservesleutels?" (antwoord: "In de cabine") en: "Wat is je 06-nummer?" ("Niet van belang; mijn mobiel ligt in die dichte mobiel"), voordat men besluit een Volvo Truckgarage in (de omgeving van?) Bergen op Zoom te bellen. "Met een uurtje is de monteur bij je."
Gelukkig hoef ik dat uur niet buiten in de barre wind door te brengen. Ik heb staan telefoneren bij de fa. VDB en de aldaar aanwezige chef verbiedt mij letterlijk buiten, naast de truck, op de monteur te wachten. "Hier blijven! Het is veel te koud buiten. In de kantine kan je net zo veel koffie pakken als je op kunt, en je kan ook je auto in de gaten houden."
Buiten liggen de bomen en struiken bijna plat en jagen heuse zandhozen door de straat als gevolg van de nog steeds in kracht toenemende wind. Die wind levert toch nog een voordeel op. De reddende monteur is binnen een half uur vanaf de werkplaats naar dit noodgeval geblazen. Het pakken van een laddertje en gereedschap en het later weer opruimen van deze attributen duurt langer dan het openpeuteren van de deur. Hoe 'ie dat gedaan heeft? Laat ik het zo zeggen: mocht deze man als garagist niet slagen, dan kan hij altijd nog als inbreker aan de slag.
Bij de trailerverhuur word ik al verwacht. "Chauffeur, je bestelde chassis met nummer 37 staat in rij 99. Ga maar aankoppelen." Ik rij en koppel bij genoemde rij... niet aan, want er staat geen chassis 37. Ook op de rijen 98 en 100 ontwaar ik het door mij zo gewilde opleggertje niet. Dan maar terug naar het bedrijfskantoor.
De terreinbaas kijkt mij aan met een blik van 'weer zo'n sukkel' en stuurt mij terug het immense terrein op met de mededeling: "Hij moet er echt staan. Kijk maar goed", alsof ik dat al niet eerder gedaan heb. Ook een tweede rondje over de trailerparkeerplaats en een kijkje in alle hoeken en gaten levert niets op. Weer terug naar het hokje vooraan bij de ingang.
Mopperend pakt de terreinbaas de terminaltrekker om zelf dan maar even het gevraagde op te halen, maar na tien minuten vruchteloos zoeken komt ook hij zonder chassis terug. Het bedrijf is gelijk in rep en roer, want waar is dan dat vermaledijde ding?
Mappen vol met afhaal- en afleverbonnen komen op tafel, en ook de computer wordt aangeslingerd. Enig zoekwerk eindigt met vindwerk. Een van mijn collega's moest gisteravond een chassis ophalen , een niet vooraf besproken karweitje, en in de veronderstelling dat deze collega juist voor het wel bestelde kwam Vul het zelf maar aan. Ik krijg uiteindelijk een ander chassis, nummer 51, mee. Ik schrijf dit binnen vijf minuten op, maar in de praktijk duurde dit alles vijf kwartier. De dag is dan niet echt vers meer.
Met een windkracht 8 en windstoten van tegen de 10 op naar Bergen op Zoom. Daar koppel ik chassis (ch.) nummer (nr.) 51 af op een miniparking recht tegenover de firma (fa.) VDB. Vanaf hier begint dan een soort van circusact waarbij ik in een vlot tempo heen en weer rij tussen de fa. VDB, de fa. Harsfabriek en de kleine parkeerplaats. Het eindresultaat is dat de tankcontainer die eerst op ch. nr. 62 stond, nu op ch. nr. 51 staat en terug is bij de rechtmatige gebruiker van de rijdende opslag, te weten de fa. Harsfabriek. Rest mij slechts om naar het losstaande ch. nr. 62 te rijden, deze aan te haken en dan gezwind naar Rotterdam te vertrekken.
Gedurende bovenstaande stadscross ben ik natuurlijk diverse malen in- en uitgestapt. De stormwind heeft al vele keren bijna een draaideur van het portier gemaakt. Het is dus zaak en veiliger om iedere keer dat ik naast de auto sta de cabinedeur goed te sluiten. Zo ook wanneer ik na het aankoppelen van ch. nr. 62 de windvrije warme cabine uitstap om de slangen en snoeren, de lucht- en elektrische verbindingen tussen trekker en oplegger, aan te brengen. Door de weersomstandigheden gedwongen ben ik daar deze keer heel rap mee. Gauw terug de auto in. Ik pak de handgreep van de deur, en doe de deur open. Niet. Nog eens proberen, en nog eens. Hoe ik ook aan de grendel trek: er gebeurt niets. De deur blijft dicht. Het andere portier hoef ik niet eens te proberen; dat zit altijd op slot.

Even ver terug, naar onze kinder-60er-jaren. U en ik leren fietsen. In het begin zwierend en zwaaiend, vervolgens alleen nog maar wiebelend, maar wel met de knuistjes stevig aan het stuur. Later, als we wat meer zelfvertrouwen hebben gekregen, leren we onszelf handsfree fietsen: "Kijk, met zonder handen!"
Terug in het donderdag 18 april 2013se heden. Daar sta ik dan. Door mijn eigen truckie buitengesloten. Met zonder jas, met zonder autosleutel, met zonder telefoon, met zonder goed humeur, en, heel belangrijk, met zonder enige notie hoe ik dit praktisch ('praktisch' als in: ik peuter zelf de deur open) oplos. Er blijft maar één mogelijkheid open: de zaak bellen.
Daar neemt men de toestand laconiek op. Er volgen wat vragen zoals: "Waar zijn de reservesleutels?" (antwoord: "In de cabine") en: "Wat is je 06-nummer?" ("Niet van belang; mijn mobiel ligt in die dichte mobiel"), voordat men besluit een Volvo Truckgarage in (de omgeving van?) Bergen op Zoom te bellen. "Met een uurtje is de monteur bij je."
Gelukkig hoef ik dat uur niet buiten in de barre wind door te brengen. Ik heb staan telefoneren bij de fa. VDB en de aldaar aanwezige chef verbiedt mij letterlijk buiten, naast de truck, op de monteur te wachten. "Hier blijven! Het is veel te koud buiten. In de kantine kan je net zo veel koffie pakken als je op kunt, en je kan ook je auto in de gaten houden."
Buiten liggen de bomen en struiken bijna plat en jagen heuse zandhozen door de straat als gevolg van de nog steeds in kracht toenemende wind. Die wind levert toch nog een voordeel op. De reddende monteur is binnen een half uur vanaf de werkplaats naar dit noodgeval geblazen. Het pakken van een laddertje en gereedschap en het later weer opruimen van deze attributen duurt langer dan het openpeuteren van de deur. Hoe 'ie dat gedaan heeft? Laat ik het zo zeggen: mocht deze man als garagist niet slagen, dan kan hij altijd nog als inbreker aan de slag.
