94. Bezit je ziel in lijdzaamheid

15-07-2013 10:55 | Columns | auteur Marcel Heinsbroek
Gedurende een viertal levensjaren, vanaf mijn achttiende tot zo'n beetje mijn tweeëntwintigste, verplaatste ik mij gedurende mijn vakanties per lift. U moet hierbij niet denken aan een benauwd metalen hokje dat op en neer door een flatgebouw heen schiet, maar aan het volgende: ik stond met mijn rugzak ergens bij een oprit van een snelweg of op een parking of tankstation, stak mijn gebalde hand met uitgestoken duim op, bewoog het geheel heen en weer in de (rij-)richting die ik wilde gaan en dan was het vervolgens even wachten tot er iemand zou stoppen om mij mee te nemen naar mijn gewilde bestemming, of in ieder geval een stuk in de goede richting. Eén klein foutje in de vorige zin: 'even wachten'.
Niks 'even'. Leuk uitziende dames, liftsters geheten, hadden een omgangstijd van maar liefst vijf hele minuten: de eerste had zich met haar bevallige duim nog maar net opgesteld, of met piepende remmen stopte er een auto naast haar die haar met gezwinde spoed wegvoerde van het plekje naast mij. Stond er dan even later weer een jonge vrouw, de tweede, met rugzak naast mij, dan duurde ook háár staan niet langer dan vijf minuten.
En ik? Minstens een half uur, en dat noemde ik niet eens wachten. Dat was opstarten, beetje naar links beetje naar rechts gaan staan, duimspieren losmaken, alles wat er bij kwam kijken om mij zo gunstig mogelijk uit te laten komen. Ik heb er wel eens 2 uur gestaan...
Zo leerde ik wel wachten. Wachten: het je ziel in lijdzaamheid bezitten in afwachting van de gewenste dingen die wel of niet komen gaan. Het einddoel is ook inderdaad 'gaan'. In mijn carrière als vrachtwagenchauffeur heb ik veel profijt gehad van die vroege levenslessen. Wachten kan ik als de beste.
Neem nou deze foto:

Bij dit bedrijf in het pittoreske Klundert moest ik een tankcontainer (tc) gaan lossen. Nu ziet u rechts, onder het afdak al een tc staan. Deze chauffeur was net een kwartier eerder bij de klant dan ik en hij mocht dus als eerste lossen.
Niet op de gevoelige chip staat de auto die naast mij stond: ook een tc en ook eerder binnen dan ik. Al met al had ik, toch netjes op tijd aangekomen, want 15 minuten te vroeg, twee wagens vóór me. Het duurt tussen de twee en tweeëneenhalf uur voor één tank leeg is. En ik had er twéé voor mij. Hier, op deze plek, heb ik vier uur zitten wachten voor ik zelf aan de beurt was Vervolgens duurde het lossen ook weer twee uur. Ziet u dat boek op het dashboard? Dat had ik aan het eind van de dag uit. En dit uitzicht kan ik, na vier uur wachten, dromen.
Toch is dit soort wachten niet zo erg. Zoals gezegd kom ik met een boek en, nog niet gezegd, een bak koffie, de tijd wel door. Het is ook simpel: na aankomst constateren dat er ... man voor je zijn en dat maal zoveel uur per lossing of belading. Vervolgens in de wacht- annex ruststand.
Vervelender vind ik het wachten bij containerterminals. Het begint vaak al bij het aanmelden bij de incheckbalie. Voor het inleveren (of ophalen) van een container heeft u als chauffeur behalve het containernummer ook een referentie of boekingsnummer nodig. Meestal is dat een reeks cijfers en letters door elkaar.
Klopt dit nummer niet dan is het jammer maar helaas: niet afzetten. Dat is dan niet de fout van de terminal maar van degene die u dat nummer heeft doorgegeven, bijvoorbeeld uw eigen planner, of een tussenagent die dit soort boekingen foutloos dient te verzorgen. Dan is het vervolgens te hopen dat het goede nummer rap boven tafel komt. Éénmaal heb ik bij de ECT Maasvlakte drie uur staan wachten: daarna heb ik het terrein onverrichterzake verlaten; met de niet ingeleverde container natuurlijk.
Een andere keer heb ik bij diezelfde dozenschuiver vier uur(!) staan wachten, tot het personeel van de helpdesk het (of mij) zat was en zei: "Geef maar hier die papieren, we regelen het wel." Ik zei natuurlijk "Bedankt", maar dacht ook stiekem "Had dat twee uur eerder gedaan!" Maar goed, ik was van die tankcontainer af, nou ja, af: pas een uur later want toen ik bij het afzetpunt, de blokken genaamd, aankwam, was het net ploegenwissel, en wéér stond ik stil. Totale tijdsduur: vijf uur.
Wachten is pas echt ergerlijk als het veroorzaakt wordt door onnodige traagheid. Dat komt vaker voor dan u denkt. Mij overkwam, en helaas niet een keer maar meerdere keren het volgende (voor de goede orde: niet bij de ECT, maar bij de firma U te H ).
Er stonden twee containers op elkaar, op de grond. Ik moest de onderste hebben. De kraanmachinist was druk bezig met van alles en nog wat, maar niet met het mij snel weghelpen. Ja, zijn collegas die met terminaltrekkers rondreden werden voorzien of ontdaan van containers die ze verderop op het terrein weer moesten af of opzetten. Dat ging zo een lang half uur door.
Uiteindelijk kwam de kraan toch mijn kant op. De kraner pakte de bovenste container op en zette die opzij. Ja, het ging dan toch gebeuren! Nou, mooi niet, want na deze schijnbeweging vertrok het ijzeren gevaarte weer, om verder te gaan met het weghelpen van zijn vriendjes. Tot het, een kwartiertje later, etenspauze was en iedereen vertrok richting kantine. Daar stond ik dan, in mijn eentje, want er was in de verre omtrek geen andere vrachtwagen te bekennen.
Uiteindelijk heeft het anderhalf uur geduurd voor ik de container op mijn wagen had staan. Kijk, dan is wachten echt niet leuk meer. Dat riekt dan naar chauffeurtje pesten, al zal elke terminalchef dat stellig ontkennen en roepen dat het andere werk echt even voorging.
Heel wat soepeler ging het bij de Rotterdamse Spoor Club, waar ik gedurende een week 's nachts containers kwam brengen en halen. Terwijl ik daar eigenlijk bij de kraan had moeten afzetten, kwamen twee heftruckrijders al net na de toegangspoort naar mij toe om de eerste container er af te halen en de tweede container er gelijk op te zetten.
Totale tijd van ingaande poort tot uitgaande poort: 10 minuten. Zo kan het dus ook.
Niks 'even'. Leuk uitziende dames, liftsters geheten, hadden een omgangstijd van maar liefst vijf hele minuten: de eerste had zich met haar bevallige duim nog maar net opgesteld, of met piepende remmen stopte er een auto naast haar die haar met gezwinde spoed wegvoerde van het plekje naast mij. Stond er dan even later weer een jonge vrouw, de tweede, met rugzak naast mij, dan duurde ook háár staan niet langer dan vijf minuten.
En ik? Minstens een half uur, en dat noemde ik niet eens wachten. Dat was opstarten, beetje naar links beetje naar rechts gaan staan, duimspieren losmaken, alles wat er bij kwam kijken om mij zo gunstig mogelijk uit te laten komen. Ik heb er wel eens 2 uur gestaan...
Zo leerde ik wel wachten. Wachten: het je ziel in lijdzaamheid bezitten in afwachting van de gewenste dingen die wel of niet komen gaan. Het einddoel is ook inderdaad 'gaan'. In mijn carrière als vrachtwagenchauffeur heb ik veel profijt gehad van die vroege levenslessen. Wachten kan ik als de beste.
Neem nou deze foto:

Bij dit bedrijf in het pittoreske Klundert moest ik een tankcontainer (tc) gaan lossen. Nu ziet u rechts, onder het afdak al een tc staan. Deze chauffeur was net een kwartier eerder bij de klant dan ik en hij mocht dus als eerste lossen.
Niet op de gevoelige chip staat de auto die naast mij stond: ook een tc en ook eerder binnen dan ik. Al met al had ik, toch netjes op tijd aangekomen, want 15 minuten te vroeg, twee wagens vóór me. Het duurt tussen de twee en tweeëneenhalf uur voor één tank leeg is. En ik had er twéé voor mij. Hier, op deze plek, heb ik vier uur zitten wachten voor ik zelf aan de beurt was Vervolgens duurde het lossen ook weer twee uur. Ziet u dat boek op het dashboard? Dat had ik aan het eind van de dag uit. En dit uitzicht kan ik, na vier uur wachten, dromen.
Toch is dit soort wachten niet zo erg. Zoals gezegd kom ik met een boek en, nog niet gezegd, een bak koffie, de tijd wel door. Het is ook simpel: na aankomst constateren dat er ... man voor je zijn en dat maal zoveel uur per lossing of belading. Vervolgens in de wacht- annex ruststand.
Vervelender vind ik het wachten bij containerterminals. Het begint vaak al bij het aanmelden bij de incheckbalie. Voor het inleveren (of ophalen) van een container heeft u als chauffeur behalve het containernummer ook een referentie of boekingsnummer nodig. Meestal is dat een reeks cijfers en letters door elkaar.
Klopt dit nummer niet dan is het jammer maar helaas: niet afzetten. Dat is dan niet de fout van de terminal maar van degene die u dat nummer heeft doorgegeven, bijvoorbeeld uw eigen planner, of een tussenagent die dit soort boekingen foutloos dient te verzorgen. Dan is het vervolgens te hopen dat het goede nummer rap boven tafel komt. Éénmaal heb ik bij de ECT Maasvlakte drie uur staan wachten: daarna heb ik het terrein onverrichterzake verlaten; met de niet ingeleverde container natuurlijk.
Een andere keer heb ik bij diezelfde dozenschuiver vier uur(!) staan wachten, tot het personeel van de helpdesk het (of mij) zat was en zei: "Geef maar hier die papieren, we regelen het wel." Ik zei natuurlijk "Bedankt", maar dacht ook stiekem "Had dat twee uur eerder gedaan!" Maar goed, ik was van die tankcontainer af, nou ja, af: pas een uur later want toen ik bij het afzetpunt, de blokken genaamd, aankwam, was het net ploegenwissel, en wéér stond ik stil. Totale tijdsduur: vijf uur.
Wachten is pas echt ergerlijk als het veroorzaakt wordt door onnodige traagheid. Dat komt vaker voor dan u denkt. Mij overkwam, en helaas niet een keer maar meerdere keren het volgende (voor de goede orde: niet bij de ECT, maar bij de firma U te H ).
Er stonden twee containers op elkaar, op de grond. Ik moest de onderste hebben. De kraanmachinist was druk bezig met van alles en nog wat, maar niet met het mij snel weghelpen. Ja, zijn collegas die met terminaltrekkers rondreden werden voorzien of ontdaan van containers die ze verderop op het terrein weer moesten af of opzetten. Dat ging zo een lang half uur door.
Uiteindelijk kwam de kraan toch mijn kant op. De kraner pakte de bovenste container op en zette die opzij. Ja, het ging dan toch gebeuren! Nou, mooi niet, want na deze schijnbeweging vertrok het ijzeren gevaarte weer, om verder te gaan met het weghelpen van zijn vriendjes. Tot het, een kwartiertje later, etenspauze was en iedereen vertrok richting kantine. Daar stond ik dan, in mijn eentje, want er was in de verre omtrek geen andere vrachtwagen te bekennen.
Uiteindelijk heeft het anderhalf uur geduurd voor ik de container op mijn wagen had staan. Kijk, dan is wachten echt niet leuk meer. Dat riekt dan naar chauffeurtje pesten, al zal elke terminalchef dat stellig ontkennen en roepen dat het andere werk echt even voorging.
Heel wat soepeler ging het bij de Rotterdamse Spoor Club, waar ik gedurende een week 's nachts containers kwam brengen en halen. Terwijl ik daar eigenlijk bij de kraan had moeten afzetten, kwamen twee heftruckrijders al net na de toegangspoort naar mij toe om de eerste container er af te halen en de tweede container er gelijk op te zetten.
Totale tijd van ingaande poort tot uitgaande poort: 10 minuten. Zo kan het dus ook.
