Karremans niet vervolgd voor Srebrenica

07-03-2013 13:56 | Binnenland | auteur de redactie
(Novum) - Voormalig Dutchbat-commandant Thom Karremans wordt niet vervolgd voor de dood van drie mannen die in 1995 in Srebrenica werden omgebracht door het Bosnisch-Servische leger. Hij, toenmalig majoor Robert Franken en personeelsfunctionaris Berend Oosterveen waren er niet strafrechtelijk verwijtbaar bij betrokken, meldt het Openbaar Ministerie donderdag.
Nabestaanden van de slachtoffers in Srebrenica deden in juli 2010 aangifte tegen de drie. Zij zouden drie mannen de dood in hebben gejaagd door hen van de Nederlandse compound in Potocari weg te sturen.
Justitie stelde daarop een feitenonderzoek in. De Landelijke Reflectiekamer werd vorig jaar ingeschakeld om te adviseren of tot vervolging moet worden overgegaan. De NOS meldde toen dat die adviseerde dat vervolging opportuun is. Het OM wilde toen alleen bevestigen dat er een advies is, maar zei niet wat er in stond.
Srebrenica viel in de zomer van 1995. Nederlandse blauwhelmen hadden de opdracht de VN-enclave te beschermen, maar konden de tweeduizend zwaar bewapende Serviërs geen tegenstand bieden. Zeven- tot achtduizend mannen werden onder toeziend oog van de Nederlanders van de vrouwen gescheiden en in bussen gestopt. De Serviërs stonden niet toe dat Nederlandse voertuigen meereden. De mannen werden uit de enclave weggevoerd en vermoord.
De mannen en hun gezinnen waren naar het kamp gevlucht, maar de Serviërs eisten dat ze hen mochten meenemen. Alleen mannen van wie kon worden aangetoond dat ze VN-medewerker waren hoefden door bemiddeling van Karremans niet mee. Daarom werd een namenlijst opgesteld van mensen die VN-medewerker zouden zijn. Daar draait deze zaak om.
Een van de slachtoffers, Muhamed Nuhanovic, was broer van een tolk, Hasan die voor de VN werkte. Hasan vroeg Franken zijn broer ook op de lijst te zetten. Een Nederlandse officier was bereid te doen alsof hij Muhamed net als schoonmaker in dienst had genomen. Franken vreesde echter dat de Serviërs het plan zouden doorzien en wraak zouden nemen op de rest van het VN-personeel. Het bleek niet mogelijk om op de hermetisch afgesloten compound een VN-pas te maken. Daarom is het Franken volgens het OM niet te verwijten dat hij dit verzoek afwees.
Het tweede slachtoffer, Ibro Nuhanovic, maakte deel uit van het vluchtelingencomité dat Karremans bijstond in de onderhandelingen met de leider van het Bosnisch-Servische leger, Ratko Mladic. Mladic had de indruk gewekt dat Nuhanovic op het kamp mocht blijven. Hij wilde zijn vrouw en kinderen niet achterlaten en ging met hen mee naar buiten. Oosterveen zou hem er nog op hebben gewezen dat hij mocht blijven. Het valt hem volgens het OM niet te verwijten dat Nuhanovic toch het kamp verliet.
Het laatste slachtoffer is Rizo Mustafic, die al langer als elektricien op het kamp werkzaam was. Hij was echter niet werkzaam voor de Verenigde Naties, maar van Franken mocht hij toch blijven. Oosterveen had dit echter niet gehoord en vertelde Mustafic dat hij het kamp moest verlaten. Dat hoorden Franken en Karremans pas toen het al te laat was en Mustafic het kamp al had verlaten. Hier is volgens het OM sprake van een 'dramatisch misverstand' maar niet van een strafrechtelijk verwijt.

In juli bepaalde het gerechtshof in Den Haag dat de Nederlandse staat aansprakelijk kan worden gehouden voor de dood van de drie moslimmannen in Srebrenica. Het OM wijst erop dat dit oordeel in cassatie wordt bestreden en dus nog niet definitief is. Als de staat uiteindelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, betekent dat volgens het OM niet dat Karremans, Oosterveen en Franken individueel iets te verwijten valt.
De regering kreeg na onderzoek van het NIOD het verwijt dat zij haar soldaten in een onmogelijke positie had geplaatst en de VN dat ze de Nederlanders geen luchtsteun hadden geboden. Het rapport leidde in 2002 tot het aftreden van de regering van premier Wim Kok (PvdA).
Nabestaanden van de slachtoffers in Srebrenica deden in juli 2010 aangifte tegen de drie. Zij zouden drie mannen de dood in hebben gejaagd door hen van de Nederlandse compound in Potocari weg te sturen.
Justitie stelde daarop een feitenonderzoek in. De Landelijke Reflectiekamer werd vorig jaar ingeschakeld om te adviseren of tot vervolging moet worden overgegaan. De NOS meldde toen dat die adviseerde dat vervolging opportuun is. Het OM wilde toen alleen bevestigen dat er een advies is, maar zei niet wat er in stond.
Srebrenica viel in de zomer van 1995. Nederlandse blauwhelmen hadden de opdracht de VN-enclave te beschermen, maar konden de tweeduizend zwaar bewapende Serviërs geen tegenstand bieden. Zeven- tot achtduizend mannen werden onder toeziend oog van de Nederlanders van de vrouwen gescheiden en in bussen gestopt. De Serviërs stonden niet toe dat Nederlandse voertuigen meereden. De mannen werden uit de enclave weggevoerd en vermoord.
De mannen en hun gezinnen waren naar het kamp gevlucht, maar de Serviërs eisten dat ze hen mochten meenemen. Alleen mannen van wie kon worden aangetoond dat ze VN-medewerker waren hoefden door bemiddeling van Karremans niet mee. Daarom werd een namenlijst opgesteld van mensen die VN-medewerker zouden zijn. Daar draait deze zaak om.
Een van de slachtoffers, Muhamed Nuhanovic, was broer van een tolk, Hasan die voor de VN werkte. Hasan vroeg Franken zijn broer ook op de lijst te zetten. Een Nederlandse officier was bereid te doen alsof hij Muhamed net als schoonmaker in dienst had genomen. Franken vreesde echter dat de Serviërs het plan zouden doorzien en wraak zouden nemen op de rest van het VN-personeel. Het bleek niet mogelijk om op de hermetisch afgesloten compound een VN-pas te maken. Daarom is het Franken volgens het OM niet te verwijten dat hij dit verzoek afwees.
Het tweede slachtoffer, Ibro Nuhanovic, maakte deel uit van het vluchtelingencomité dat Karremans bijstond in de onderhandelingen met de leider van het Bosnisch-Servische leger, Ratko Mladic. Mladic had de indruk gewekt dat Nuhanovic op het kamp mocht blijven. Hij wilde zijn vrouw en kinderen niet achterlaten en ging met hen mee naar buiten. Oosterveen zou hem er nog op hebben gewezen dat hij mocht blijven. Het valt hem volgens het OM niet te verwijten dat Nuhanovic toch het kamp verliet.
Het laatste slachtoffer is Rizo Mustafic, die al langer als elektricien op het kamp werkzaam was. Hij was echter niet werkzaam voor de Verenigde Naties, maar van Franken mocht hij toch blijven. Oosterveen had dit echter niet gehoord en vertelde Mustafic dat hij het kamp moest verlaten. Dat hoorden Franken en Karremans pas toen het al te laat was en Mustafic het kamp al had verlaten. Hier is volgens het OM sprake van een 'dramatisch misverstand' maar niet van een strafrechtelijk verwijt.

In juli bepaalde het gerechtshof in Den Haag dat de Nederlandse staat aansprakelijk kan worden gehouden voor de dood van de drie moslimmannen in Srebrenica. Het OM wijst erop dat dit oordeel in cassatie wordt bestreden en dus nog niet definitief is. Als de staat uiteindelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, betekent dat volgens het OM niet dat Karremans, Oosterveen en Franken individueel iets te verwijten valt.
De regering kreeg na onderzoek van het NIOD het verwijt dat zij haar soldaten in een onmogelijke positie had geplaatst en de VN dat ze de Nederlanders geen luchtsteun hadden geboden. Het rapport leidde in 2002 tot het aftreden van de regering van premier Wim Kok (PvdA).
