Deetman: 181 nieuwe gevallen misbruik kerk

11-03-2013 13:31 | Binnenland | auteur de redactie
(Novum) - Het vervolgonderzoek van Wim Deetman naar misbruik van minderjarige meisjes in de katholieke kerk heeft 181 nieuwe meldingen opgeleverd. Dat staat in een maandag verschenen rapport.
Deetman had als opdracht om de 'aard, ernst, omstandigheden en impact' van het misbruik van minderjarige meisjes binnen de kerk inzichtelijk te maken. In het eerste onderzoek van Deetman naar het misbruik in de katholieke kerk waren de meisjes onderbelicht gebleven.
Het gaat om nieuwe meldingen van seksueel misbruik van minderjarige meisjes, al dan niet in combinatie met geweld. Voor het onderzoek bleken 79 meldingen bruikbaar. Ook zijn 71 meldingen van fysiek geweld uit het vorige onderzoek gebruikt. Strafbare feiten heeft dit niet opgeleverd. Wel zijn drie reeds verjaarde gevallen aan het Openbaar Ministerie voorgelegd vanwege de ernst van de gemelde mishandeling. Verder had één melding een 'positieve strekking'.
In ruim veertig procent betrof het 'ernstig seksueel misbruik', met vergaande seksuele handelingen en penetratie. Misbruik van meisjes kwam veel vaker thuis (veertig procent) en in de parochie (ruim dertig procent) voor. Misbruik van jongens kwam juist veel vaker in instellingen voor. Bij ernstig misbruik waren de plegers hoofdzakelijk mannen. In de helft van de gevallen ging het misbruik gepaard met fysiek en psychisch geweld.
Geweld tegen meisjes vond daarentegen vooral plaats in instellingen zoals kindertehuizen en ziekenhuizen. Daarbij waren de daders veelal vrouw, meestal vrouwelijke religieuzen die werkten als onderwijzeres of verzorgster. Het merendeel van de slachtoffers was tussen de 6 en 14 jaar toen het misbruik begon. Het misbruik vond vooral plaats in de jaren vijftig en zestig. Meestal was sprake van een combinatie van fysiek en psychisch geweld, en duurde het misbruik langer dan een jaar.
Van structurele misstanden binnen de vrouwelijke congregaties was geen sprake, concludeert Deetman. Het ging om 'enkele uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik'. Archiefonderzoek in deze tien zustercongregaties heeft ook geen 'directe aanwijzingen' van geweld en geweldsincidenten opgeleverd.
Uit het onderzoek rijst wel een duidelijk beeld op van de omgang van de zusters met de slachtoffers in een 'kille en koele omgeving' van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig. Dit beeld sluit aan bij andere onderzoeken die wijzen op een 'klimaat van formalisme en liefdeloosheid, van emotionele kilte en hardheid, van repressie en vernedering', schrijft Deetman.

Verder blijkt het moeilijk om te onderzoeken in hoeverre misbruikte meisjes die zwanger werden, afstand deden van hun baby. Reden is het gebrek aan concrete meldingen. Ook is er nog weinig over geschreven. Bovendien kwam het vroegtijdig afstand doen van baby's door ongehuwde moeders in de decennia rond de Tweede Wereldoorlog in alle lagen van de samenleving voor. Wel is duidelijk dat katholieke geestelijken vaker bemiddelden vóór het vroegtijdig afstand doen van baby's, aldus Deetman.
Het eerste onderzoek van Deetman naar seksueel misbruik in de kerk verscheen eind 2011. Daaruit bleek dat tussen 1945 en 2010 tien- tot twintigduizend kinderen - jongens en meisjes - zijn misbruikt in katholieke instellingen.
Deetman had als opdracht om de 'aard, ernst, omstandigheden en impact' van het misbruik van minderjarige meisjes binnen de kerk inzichtelijk te maken. In het eerste onderzoek van Deetman naar het misbruik in de katholieke kerk waren de meisjes onderbelicht gebleven.
Het gaat om nieuwe meldingen van seksueel misbruik van minderjarige meisjes, al dan niet in combinatie met geweld. Voor het onderzoek bleken 79 meldingen bruikbaar. Ook zijn 71 meldingen van fysiek geweld uit het vorige onderzoek gebruikt. Strafbare feiten heeft dit niet opgeleverd. Wel zijn drie reeds verjaarde gevallen aan het Openbaar Ministerie voorgelegd vanwege de ernst van de gemelde mishandeling. Verder had één melding een 'positieve strekking'.
In ruim veertig procent betrof het 'ernstig seksueel misbruik', met vergaande seksuele handelingen en penetratie. Misbruik van meisjes kwam veel vaker thuis (veertig procent) en in de parochie (ruim dertig procent) voor. Misbruik van jongens kwam juist veel vaker in instellingen voor. Bij ernstig misbruik waren de plegers hoofdzakelijk mannen. In de helft van de gevallen ging het misbruik gepaard met fysiek en psychisch geweld.
Geweld tegen meisjes vond daarentegen vooral plaats in instellingen zoals kindertehuizen en ziekenhuizen. Daarbij waren de daders veelal vrouw, meestal vrouwelijke religieuzen die werkten als onderwijzeres of verzorgster. Het merendeel van de slachtoffers was tussen de 6 en 14 jaar toen het misbruik begon. Het misbruik vond vooral plaats in de jaren vijftig en zestig. Meestal was sprake van een combinatie van fysiek en psychisch geweld, en duurde het misbruik langer dan een jaar.
Van structurele misstanden binnen de vrouwelijke congregaties was geen sprake, concludeert Deetman. Het ging om 'enkele uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik'. Archiefonderzoek in deze tien zustercongregaties heeft ook geen 'directe aanwijzingen' van geweld en geweldsincidenten opgeleverd.
Uit het onderzoek rijst wel een duidelijk beeld op van de omgang van de zusters met de slachtoffers in een 'kille en koele omgeving' van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig. Dit beeld sluit aan bij andere onderzoeken die wijzen op een 'klimaat van formalisme en liefdeloosheid, van emotionele kilte en hardheid, van repressie en vernedering', schrijft Deetman.

Verder blijkt het moeilijk om te onderzoeken in hoeverre misbruikte meisjes die zwanger werden, afstand deden van hun baby. Reden is het gebrek aan concrete meldingen. Ook is er nog weinig over geschreven. Bovendien kwam het vroegtijdig afstand doen van baby's door ongehuwde moeders in de decennia rond de Tweede Wereldoorlog in alle lagen van de samenleving voor. Wel is duidelijk dat katholieke geestelijken vaker bemiddelden vóór het vroegtijdig afstand doen van baby's, aldus Deetman.
Het eerste onderzoek van Deetman naar seksueel misbruik in de kerk verscheen eind 2011. Daaruit bleek dat tussen 1945 en 2010 tien- tot twintigduizend kinderen - jongens en meisjes - zijn misbruikt in katholieke instellingen.
