Clicky


101. Deja-vu, nou ja: bijna dan

101. Deja-vu, nou ja: bijna dan
01-11-2013 10:41 | Columns | auteur De Redactie

Wanneer ik in de Box, het communicatiesysteem waarmee mijn werkgever via een soort van SMS-berichten mij mijn werkopdrachten doorgeeft, het adres lees waar ik deze dag heen moet om te lossen, bekruipt mij een deja-vu gevoel: Hevea, Raalte. Het zal meer dan twintig jaar geleden zijn, maar dit bedrijf ken ik nog van eerdere bezoeken. Grappig dat, na alle crisissen die we gehad hebben, deze laarzenbouwer nog altijd met beide benen, pardon: láárzen in de Hollandse klei staat.

De rit naar Raalte is een Feest der Herkenning.

Nou ja: bijna dan. Vroeger nam ik vanaf de autosnelweg A1 de afrit Deventer, om vervolgens dwars door de oude Hanzestad te rijden. Maar ooit heeft iemand een stukje verderop een nieuwe afrit aangelegd en daardoor rij ik een beetje tussen Oud- en Nieuw-Deventer door. Het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: ik kom op de provinciale weg N348 naar Raalte uit. Daarna is het gesneden Deventer koek.

Nou ja: bijna dan. Want net voor het plaatsje Wesepe buigt de weg ineens naar links af, en word ik gedwongen de nieuwe Weseper rondweg in plaats van de Raalterweg te nemen, en dat is jammer want op die straat weet of wist ik nog een bakkerswinkeltje te zitten waar ze hele lekkere broodjes verkopen/verkochten. De term Weseper Bollen doemt op, een kruising tussen Weesper Moppen en (Den) Bossche Bollen, maar dat kan ik zomaar mis hebben. Anders heeft de lokale bakker nu iets om uit te vinden. De rit is verder als vanouds.

Nou ja: bijna dan. Raalte is meegegaan in de vaart der volkeren, of juist het afremmen van die vaart, want ook hier wordt middels een nieuwe toegangsweg en wat rotondes het vrachtverkeer enigszins omgeleid om zo zoveel mogelijk uit de stadskern te blijven. Het mag mijn pret niet drukken. Ik ga naar een oude vertrouwde klant om daar mijn kunstje van 20+ jaar geleden te doen.

Nou ja: bijna dan. Toentertijd werkte ik bij transportbedrijf Salters en reed ik met een combi rond, een motorwagen met aanhanger, waar de lading op pallets in stond. Bij Hevea kwam ik altijd dozen met laarzen voor België laden (wist u dat het Vlaamse woord voor ‘laarzen’ ‘botten’  is?), maar dan wel zonder de eerdergenoemde pallets. Dan konden er meer dozen mee. De Expeditie was alleen te bereiken door achteruit over rechts in te draaien, zeg maar over de kant waar je bij het insturen niks kan zien.

Altijd lastig, maar ook altijd leuk, want ik kon en kan honderdduizend dingen níet, maar achteruitrijden met een aanhangwagen wèl, en hoe lastiger het achteruit rijdend te bereiken laad/lospunt, des te leuker is het als dat in één keer lukt. Bij het te vol proppen van de auto hielp de loodsbaas vaak een handje, en dan was het binnen 1 á 2 uur wel gepiept. Vandaag de dag is dat nog steeds zo.

Nou ja: bijna dan. Het magazijnpersoneel wil nog steeds graag helpen, maar er valt aan mijn vracht weinig te helpen. Ik sta hier nu, in 2013, met een tankwagen en daar moeten geen dozen ín, maar vloeistof úit en dat betekent dat ik zelf op de tank moet klimmen om de slang vast te maken met grote bouten en dat de operator van het de prut ontvangende bedrijf alleen de pomp maar hoeft aan te zetten. Daarna is het niet met 1 á 2 uur bekeken, maar pas na 4 uur. Veel verschil met vroeger is er verder niet.

Nou ja: bijna dan. Want stond er voorheen ‘Hevea/Vredestein’ op de vrachtbrief, thans is de bedrijfsnaam ‘Hevea/Dunlop’, maar dan heb ik de belangrijkste verschillen wel benoemd.

Nou ja: bijna dan. Zat voornoemde firma voorheen in een toen al oud pand op de Kanaaldijk Oost; ergens tussen toen en nu zijn zij stiekem, dat wil zeggen zonder mij daarvan in kennis te stellen, verhuisd naar een prachtig pand amper drie kilometer verderop in het industriegebied.

Zoals u ziet en leest is er na meer dan twintig jaar niks wezenlijk veranderd.

Nou ja: bijna dan…

Marcel Heinsbroek