Clicky


104. Da's een strop!

104. Da's een strop!
17-12-2013 09:43 | Columns | auteur De Redactie

Slechts twee keer in mijn leven heb ik een stropdas gedragen. De eerste keer was op mijn trouwdag, 23 mei 1991(en deze datum weet ik uit mijn blote hoofd: ze vermoordt me als ik het niet zo kan opdreunen). De tweede keer was het gevolg van een opmerking tussen neus en lippen door.

Eerst maar even een aanloopje. Er zijn veel beroepen waar het weekend eigenlijk twee gewone werkdagen zijn. Dat zijn dan vooral dienstverlenende functies in de gezondheidszorg en banen in de veiligheidsindustrie: politie en brandweer. Plus nog wat bijvangst zoals het openbaar vervoer, winkels en de horeca. Ik weet het; ook fabrieken worden in het weekend niet stilgelegd, want stoppen is duurder dan dag en nacht doordraaien. Maar behalve de horeca draaien alle voornoemde groepen toch een aangepaste dienst. In het weekend staan grote delen van het leven een beetje stil.

Ook ik, vrachtwagenchauffeur zijnde, had en heb daar mee te maken. Bij de meeste werkgevers waar ik in de laatste ruim dertig jaar emplooi vond, was het weekend zo'n beetje heilig. Slechts bij hoge uitzondering werd er gewerkt, gereden of iets anders zakelijks gedaan. In het pré mobiele telefoon tijdperk betekende dat een pieper (een semafoon, géén aardappel) mee naar huis en dan maar hopen dat het ding niet afging, want dat betekende werk aan de winkel.

Bij mijn allereerste werkgever was dat dan vaak het aan boord van een in de haven liggend schip afleveren van eerste levensbehoeften zoals dubieuze videofilms en reservedelen voor het tafelvoetbalspel. Echt van die dingen waarvan je als chauffeur zegt: "Fijn dat ik daarvoor mijn vrije dag mag onderbreken."

Gedurende mijn jaren in de levensmiddelenbranche bracht ik alle soorten etens- en drinkwaren naar bedrijfskantines en instellingskeukens. In het weekend waren dat vooral de keukens van zieken- en bejaardenhuizen. Je kan zieken en bejaarden, ja zelfs bejaarden, toch niet twee dagen op een houtje laten bijten?

Ook in de periode dat ik werkzaam was in de luchtvrachtdistributie. Spulletjes van de klanten naar onze nationale trots Zestienhoven brengen, of het regionale grasbaantje Haarlemmermeer Airport, waar dan als vrachtwagen vermomde vliegtuigen klaarstonden om al deze spoedzendingen over de weg, maar wel vliegensvlug naar andere Europese landingsstrips te brengen.

Mijn toenmalig werkgever, Jan Halverhout, was binnen zijn eigen bedrijf ‘meewerkend directeur’, wat zoveel inhield als leiding geven aan het bedrijf en het rondrijdend gespuis en zelf nog regelmatig achter het stuur. Maar wel altijd keurig gekleed: overhemd mét stropdas. Het personeel werd voorzien van bedrijfskleding: truien, polo’s, en overhemden. Voor de liefhebber en relaties was er ook een stropdas met JHT logo.

In een vlaag van ‘doe eens gek’ had Jan mij ook een stropdas gegeven. “Hier Mars, doe maar eens om. Staat heel netjes.” Pfff… Ik en een stropdas? Dacht het niet. Ik wist (en weet nog steeds niet) hoe je zo’n ding moet knopen. Ik heb wel een ver familielid (die toevallig ook Jan heet) die perfect een das kan strikken, maar dan moet ik wel op mijn rug gaan liggen: hij is namelijk aflegger bij een begrafenisonderneming. Laat maar.

Goed, waar was ik? O ja, die vermaledijde stropdas. Baas Jan kreeg mij met geen stok er toe bewogen om mijn hoofd in de strop te steken, maar hij bleef er over bezig. Zelfs zijn vrouw, die ik uit respect nog nooit bij haar voornaam heb genoemd en die ook in dit verhaal Mevrouw Halverhout zal blijven, ja zelfs Mevrouw Halverhout begon mij te plagen: “Goh, Marcel. Volgens mij zie jij er best leuk uit met die stropdas om.” Wel met pretlichtjes in haar ogen.

En toen maakte ik een heel domme opmerking. "Ik draag pas een stropdas wanneer ik op zondag moet werken, eerder niet!" Daar kwam ik mooi mee weg, want wij werkten nóóit op zondag!

Ja, dûh… Amper drie weken later was het raak. Op zaterdagavond kwam er een vrachtvliegtuig binnen op Haarlemmermeer Airport met daarin meer dan duizend dozen met spijkerbroeken voor een bedrijf in Drunen. En die goede man in Drunen wilde zijn handel maandagochtend vroeg wegrijden naar zijn klanten in Frankrijk. Nadat alles uitgezocht en gesorteerd was. Maar dan moest het wel eerst bij hem afgeleverd worden. Op zondag. Dat was dus werken geblazen. Op zondag. En Jan Halverhout vergat nooit wat. Ook niet mijn ondoordachte belofte.

Heeft u wel eens meer dan duizend dozen staan overladen, met een stropdas om? Weet u hoe vaak die strop je dan bijna de das om doet, door telkens tussen de dozen klem te gaan zitten? Héél vaak. Zo vaak dat ik tijdens het dozen gooien acuut de tel van het klemzitten én het aantal dozen kwijtraakte en er door de simpele rekenfout ‘8 plus 5 is 13; 3 opschrijven, 1 vergeten’ meer dozen bij de klant werden afgeleverd dan er op de vrachtbrief stonden. Nou ja, daar had hij dan weer geen strop aan.

Ik heb sindsdien nooit meer een stropdas gedragen. Dat is weer jammer voor mijn dichtbije neef Sander; hij heeft een stropdassenbedrijf…

Marcel Heinsbroek