Clicky


107. Water! Water!

107. Water! Water!
03-02-2014 09:34 | Columns | auteur De Redactie

Ergens in een familiefotoalbum moet een plaatje terug te vinden zijn met daarop twee jongetjes Heinsbroek. Allebei gekleed in een regenjack, korte broek en, tot net onder de knokige knietjes, kaplaarzen. Van die kaplaarzen kunt u nauwelijks iets zien, want die staan tot de bovenste rand van voornoemd schoeisel in een diepe plas water. De heertjes hebben het, zo te zien, duidelijk naar hun zin, en ik kan u vertellen, dat bleef die op dag ergens tussen 1970 en 1975 ook zo. Niet alleen deze knaapjes, maar alle jongetjes tussen de nul en, zeg, twaalf jaar vinden geklieder met water en stampen in plassen nou eenmaal leuk. En mijn broer Hans en ik waren echt niet anders dan andere kereltjes van die leeftijd.

Wat ouder (maar niet wijzer) geworden gingen de laarzen aan de kant en werd er voor waterplezier naar andere hulpmiddelen gezocht. Zo was daar: de fiets. Lekker hard door plassen rijden, of proberen met fiets en al over een sloot te springen. Dat laatste is altijd gelukt. Gek genoeg ging het een keertje mis tijdens een fietstocht, samen met wat schoolvrienden. Even niet goed gestuurd en ploep! daar lag ik met fiets en al tussen het kroos en in het water.

Gelukkig niet zo dichtbij huis, anders heb je er niet zo lang plezier van, van zo’n nat pak. Nog mazzel dat de vliet waarin ik belandde redelijk schoon was. Zwemwater goed, drinkwater verdacht, za’k maar zeggen. Mijn dochter Wendy trad vele jaren later in de natte voetsporen van haar vader en stortte zich met rijwiel en al in helaas de smerigste sloot van Schiedam en wijde omgeving, zijnde een watertje met een bodem van jarenlang ingedikte drab in de kleuren zwart, zwarter en nog veel zwarter, zo vies en smerig en stinkend dat we na langdurige reiniging van kind en fiets al haar kleding plus schoenen weg hebben moeten gooien.

Met mijn brommertje beleefde ik nog meer lol; lekker rijden en wanneer ik een grote plas op de weg zag liggen er snel doorheen en dan wel gauw mijn benen optrekken anders liepen mijn schoenen vol. En waterpret is alleen pret als je er zelf niet al te nat van wordt. En toen, wéér wat ouder maar, in bepaalde opzichten, op het geestelijk niveau van een met kaplaarzen in een plas staand manneke, kreeg ik de beschikking over auto’s. Oeioeioei…

Laat ons eerst eens de staat van Neerlands wegennet onder de loep nemen. Die is op zich goed. Via behoorlijk gladgestreken steenstraten en asfaltwegen rijden u en ik met ons vervoermiddel van hot naar haar. Zie nogmaals dat ‘op zich’ en ‘behoorlijk’. Want het is allemaal niet zo strak als het lijkt. Voor een deel om dat dat ook moet. Zo zijn alle wegen een beetje bol gemaakt, zodat het water mooi naar de zijkanten wégstroomt voordat ze, bij een stevige regenbui, óverstromen. Daar is over nagedacht.

Maar omdat Nederland de slapste bodem van heel Europa heeft zakt hier en daar die grond onder de weg weg, en zo krijg je dan van die straatbrede kuilen waarin regenwater kan blijven staan. Zeker als het riool, door verstopping, de soms overvloedige neerslag  niet meer kan verwerken. Dan ontstaat er dus zo’n hele mooie grote diepe plas. Ooooooooooohhhhhhhhhhhh!!!!!!!!!!

Er is, ’s avonds op de rustige beregende weg, niks zo leuk als plassen leegrijden. Bij het zien van een grote plas langs de kant van de weg even die richting opsturen en er dan met een gepaste snelheid doorheen racen. De golf water die je dan ziet wegspuiten naar de naastgelegen straat of berm… Ooooooooooohhhhhhhhhhhh!!!!!!!!!!                                                                                                                                

Let even op: er zijn wel wat spelregels. Doe dit niet overdag. Er zijn dan veel te veel mensen op straat, en het is NIET de bedoeling dat zij voor uw lolletje met een nat pak thuis komen. Voor zo’n actie kunt u zelfs een bekeuring krijgen wegens weetikveel, artikel 5 of zo; onnodig hinder veroorzaken. Doe dit bij donkerte zeker niet bij een bushalte, wegens voornoemde redenen. Maar voor de rest: leef u (en ik) uit.

Enige tijd geleden reed ik door een zeer natte nacht. Het hoosde. Op de autoweg A 15 nam ik de afrit 18,  R’dam-Heijplaat, richting de Rotterdamse Spoor Club. Dat betekent in de praktijk: de afrit gaat omhoog en dan linksaf via het Reewegviadukt de snelweg over en dan aan de andere kant fors naar beneden. Bij de verkeerslichten linksaf. En laat er op de rijstrook voor linksaf nu een meer dan rijstrookbrede, prachtige plas liggen!

Wauw! Helemaal speciaal en alleen voor mij! Ik nam een aanloopje en gaf wat gas bij. Een, twee, hu…hup… Plots zag ik, in de berm, iemand hard wegrennen. De heren Wil Chem en Rijk Swaterstaat waren in opdracht en van Overheidswege poolshoogte gaan nemen bij het Reewegmeer, toen zij mij zagen komen aandaveren.

Door hun wegrennen, en mijn enigszins uit de plas wegsturen, wisten zij, en ik, hun vege droge lijf te redden, al kwam er nog wel een tsunami op de berm terecht. Wegens tijd- en plaatsgebrek kon ik niet stoppen, maar toen ik  een half uurtje later op de terugweg langs dezelfde plek kwam, zag ik beide mannen staan en als antwoord op mijn aarzelende, verontschuldigende getoeter staken zij hun armen, handen en duimen omhoog. De natte schade zal dan wel meegevallen zijn.

Wil, Rijk; ik zal het nooit meer doen. Als jullie er staan. Maar als er niemand staat…. Ooooooooooohhhhhhhhhhhh!!!!!!!!!!     

Marcel Heinsbroek