Rechter: UberPop moet stoppen
DEN HAAG - Het bedrijf Uber moet stoppen met de goedkope taxidienst UberPop. De dienst is in strijd met de geldende taxiwetgeving. Dat is het voorlopige oordeel van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in een door Uber tegen het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangespannen zaak.
Uber biedt sinds juli in Amsterdam de omstreden dienst UberPop aan. Via de dienst kunnen particulieren zonder taxivergunning in hun eigen auto klanten vervoeren.
Het ministerie oordeelde onlangs dat Uber moet stoppen met de dienst op straffe van een dwangsom die kan oplopen tot honderdduizend euro, omdat met UberPop de Wet personenvervoer wordt overtreden. Dat zou slecht zijn voor passagiers en voor vervoerders die wel een taxivergunning hebben. In het besluit wordt naar Uber gewezen als medepleger in de zaken van chauffeurs die in oktober in Amsterdam werden beboet nadat ze via UberPop personen vervoerden.
Uber eiste bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven schorsing van het besluit van het ministerie, zodat in afwachting van de definitieve rechterlijke uitspraak door kon worden gegaan met de dienst zonder dat dwangsommen zouden moeten worden betaald.
Het College oordeelt echter dat inderdaad sprake is van taxivervoer, en niet van meerijden of 'het neefje van carpoolen'. Daarom is een vergunning nodig en die hebben de Uber-chauffeurs niet, aldus het college. Daarmee is dus de Wet personenvervoer overtreden. Aangezien Uber nauw samenwerkt met de chauffeurs en meedeelt in hun opbrengsten, heeft het ministerie volgens het college juist gehandeld.
Uber laat in een reactie weten in beroep te gaan tegen het vonnis. "Dit is slechts de eerste stap in een langlopende juridische strijd." De uitspraak gaat volgens het bedrijf niet over de legaliteit van UberPOP, alleen over de boetemaatregel. Het vonnis is daarbij gebaseerd op een verouderde wet uit 2000, stelt Uber. "Toen waren er nog geen smartphones en andere innovatieve manieren om kwaliteit te waarborgen." (Novum)
